Nieuwsarchief
Op deze pagina vindt u het archief met onze tips en adviezen. Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Onderweegs & De Groot Accountants en Belastingadviseurs.
 
  • Door de modernisering van de Ziektewet worden vanaf 1 januari 2014 de ZW- en WGA-lasten van werknemers, als zij ziek zijn als hun dienstverband eindigt, toegerekend aan de laatste werkgever. Ook de manier waarop de arbeidsongeschiktheidslasten aan de werkgever worden toegerekend verandert per 1 januari 2014. Afhankelijk van de loonsom krijgt de werkgever te maken met een geïndividualiseerde premielast.
    Door de modernisering van de Ziektewet worden vanaf 1 januari 2014 de ZW- en WGA-lasten van werknemers, als zij ziek zijn als hun dienstverband eindigt, toegerekend aan de laatste werkgever. Ook de manier waarop de arbeidsongeschiktheidslasten aan de werkgever worden toegerekend verandert per 1 januari 2014. Afhankelijk van de loonsom krijgt de werkgever te maken met een geïndividualiseerde premielast. Voor kleine werkgevers (niet meer dan 10 keer de gemiddelde loonsom) zal de toerekening plaatsvinden op sectorniveau. Voor grote werkgevers (100 keer de gemiddelde loonsom) geldt straks dat ze de ZW- en WGA-lasten rechtstreeks gaan dragen via een individuele gedifferentieerde premie. Voor werkgevers met een loonsom van tussen 10 en 100 keer de gemiddelde loonsom wordt deels uitgegaan van een sectorpremie en deels van de individuele schadelast van de werkgever. Daarbij neemt de weging van de individuele schadelast lineair toe met de omvang van de loonsom. Voor de ZW en de WGA (voor het vaste personeel) kan de werkgever eigenrisicodrager worden. Hij betaalt dan de uitkeringslasten, maar geen gedifferentieerde premie. Voor de WGA-lasten van werknemers die ziek zijn op het moment dat ze uit dienst gaan, kunnen werkgevers pas vanaf 1 januari 2016 eigenrisicodrager worden. Vanaf deze datum geldt dan wel dat de werkgever alleen voor beide groepen (vast en ziek uit dienst) samen eigenrisicodrager voor de WGA kan worden. Een werkgever die momenteel eigenrisicodrager is voor vast personeel zal in 2016 moeten kiezen of hij ook voor de werknemers die ziek uit dienst gaan eigenrisicodrager wil worden of dat hij voor het vast personeel weer publiek verzekerd wil zijn bij het UWV. Door de nieuwe financieringssystematiek komen de WGA-lasten van 2012 van werknemers die in 2010 en 2011 ziek uit dienst zijn gegaan in 2014 voor rekening van de (laatste) werkgever. Voor de ZW zullen de uitkeringen die in 2012 zijn betaald aan werknemers die in 2011 en 2012 ziek uit dienst zijn gegaan aan de laatste werkgever worden toegerekend. Het UWV zal in de loop van dit jaar werkgevers een overzicht geven waarin wordt aangegeven welke arbeidsongeschikte werknemers aan de werkgever worden toegerekend. Als deze gegevens niet kloppen, kan de werkgever hiertegen bezwaar maken. Bron: AWVN, 15-05-2013
    Lees verder >
  • Minister Dijsselbloem werkt aan een wettelijke verankering voor een algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners. Dit moet waarborgen dat financiële dienstverleners in het belang van hun klant handelen en moet eerder ingrijpen door de AFM bij misstanden mogelijk maken.
    Minister Dijsselbloem werkt aan een wettelijke verankering voor een algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners. Dit moet waarborgen dat financiële dienstverleners in het belang van hun klant handelen en moet eerder ingrijpen door de AFM bij misstanden mogelijk maken. De wettelijke verankering van de zorgplicht volgt uit het regeerakkoord. De invoering is onderdeel van de Wijzigingswet financiële markten 2014. Dit wetsvoorstel bevat diverse aanpassingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en enkele andere wetten op het terrein van de financiële markten. Het wetsvoorstel is op 15 mei bij de Tweede Kamer ingediend en heeft een beoogde inwerkingtredingdatum van 1 januari 2014. Naast de zorgplicht introduceert het wetsvoorstel een grondslag voor de verplichting voor banken om kapitaalbuffers aan te houden. Dit is een extra laag vermogen bovenop het vereiste kapitaal dat banken altijd moeten aanhouden. Daarnaast wordt met het wetsvoorstel direct wettelijk toezicht op afwikkelondernemingen geïntroduceerd. Deze ondernemingen verzorgen de afwikkeling van transacties in financiële instrumenten en girale retailbetalingen. In de huidige situatie is sprake van vrijwillig toezicht en ontbreekt een handhavinginstrumentarium voor de toezichthouder. Direct wettelijk toezicht op afwikkelondernemingen draagt bij aan het versterken van de stabiliteit van het financiële stelsel. Bron: MvF 15-05-2013
    Lees verder >
  • Er komt een nieuwe regeling voor de vergoeding van kosten die worden gemaakt in verband met de behandeling vaneen bezwaar- of beroepschrift in een procedure over de WOZ-waarde. Het concept besluit is opengesteld voor consultatie.
    Er komt een nieuwe regeling voor de vergoeding van kosten die worden gemaakt in verband met de behandeling vaneen bezwaar- of beroepschrift in een procedure over de WOZ-waarde. Het concept besluit is opengesteld voor consultatie. Het besluit is een vastlegging van de regels omtrent de proceskostenvergoeding in WOZ-zaken zoals is bepaald in de jurisprudentie en voorts een matiging van de proceskostenvergoeding in WOZ-zaken in die gevallen dat het Besluit proceskosten bestuursrecht onredelijk gunstig uitwerkt. Het verwachte effect is enerzijds dat duidelijkheid wordt geschapen omtrent de vergoeding van proceskosten en de hoogte daarvan, en anderzijds dat de proceskostenvergoeding altijd in verhouding staat tot de werkbelasting van de rechtsbijstandsverlener of taxateur. De ministeries van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hopen met de nieuwe regels het aantal beroepsschriften te verminderen, omdat veel van de beroepschriften die bij de Rechtbank worden ingediend alleen over proceskosten gaan. U kunt tot 1 juni 2013 reageren. Bron: Min. V&J
    Lees verder >
  • Niet iedereen die werkzaamheden verricht ten behoeve van zijn opleiding staat in echte dienstbetrekking, maar daaruit kan nog niet de conclusie worden getrokken dat een werknemer die tijdens zijn werkzaamheden ook onderwijs geniet, niet in dienstbetrekking staat. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.
    Niet iedereen die werkzaamheden verricht ten behoeve van zijn opleiding staat in echte dienstbetrekking, maar daaruit kan nog niet de conclusie worden getrokken dat een werknemer die tijdens zijn werkzaamheden ook onderwijs geniet, niet in dienstbetrekking staat. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad. Een stichting verzorgt voor de Nederlandse loodsencorporatie de opleiding tot registerloods. De Nederlandse loodsencorporatie verschaft de stichting daartoe de nodige middelen. Een aspirant-registerloods sluit een leerovereenkomst met de stichting en een van de vier regionale loodsencorporaties. De regionale loodsencorporatie stelt de aspirant-registerloods in de gelegenheid de landelijke en lokale beroepsopleiding tot registerloods en stage (de opleiding) te volgen. De stichting betaalt aan een aspirant-registerloods maandelijks € 2.800 alsmede een jaarlijkse vakantietoeslag van 8%. Daarnaast krijgen aspirant-registerloodsen 24 (betaalde) vakantiedagen per jaar, alsmede een reis- en verblijfkostenvergoeding en geldt voor hen een pensioenregeling. Een aspirant-registerloods is verplicht gedurende het leertraject de opleiding te volgen op aanwijzing van zowel de Nederlandse als de desbetreffende regionale loodsencorporatie. Na het met goed gevolg afronden van de opleiding is hij verplicht om zich als registerloods in te laten schrijven in het loodsenregister en gedurende 36 maanden ingeschreven te blijven. Hof Den Haag heeft geoordeeld dat de relatie tussen de stichting en de aspirant-registerloodsen feitelijk en juridisch van dien aard is, dat aan alle voor het bestaan van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst vereiste elementen wordt voldaan en dat die relatie is aan te merken als privaatrechtelijke dienstbetrekking. De stichting heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld. De Hoge Raad stelt voorop dat een leerovereenkomst geen arbeidsovereenkomst is indien de verrichte werkzaamheden primair zijn gericht op het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring. De Hoge Raad bevestigt echter het oordeel van het hof. In het oordeel van het hof ligt ten eerste besloten dat voor de loodsencorporaties in hun relatie met de aspirant-registerloodsen het belang om te voorzien in de behoefte aan goed opgeleide beroepsgenoten en daarmee de continuïteit van de beroepsbeoefening te verzekeren, voorop staat. Ten tweede zijn de werkzaamheden van de aspirant-registerloodsen in het kader van de leerovereenkomsten vooral op het hiervoor genoemde gericht, zodat die werkzaamheden niet primair zijn gericht op het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring. Overigens is het vermeldenswaardig dat de advocaat-generaal in zijn conclusie ten behoeve van de Hoge Raad van mening was dat géén sprake was van een dienstbetrekking. Naar zijn mening waren de activiteiten van de aspirant-registerloods niet gericht op het productief maken van de eigen arbeidskracht, maar op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring en hiermee het voltooien van de studie, zodat geen sprake was van een dienstbetrekking. HR 03-05-2013
    Lees verder >
  • Volgens De Nederlandsche Bank kan de voorgenomen aanpassing van het Witteveenkader de economie een oppepper geven. Door de beperking van de fiscaal aftrekbare pensioenopbouw ontstaat namelijk ruimte voor een verlaging van de pensioenpremies. Indien de vrijgekomen ruimte ten goede komt van de werknemers leidt dit tot een impuls van de economie en – door de hogere belastingopbrengsten – tot een verbetering van het EMU-saldo.
    Volgens De Nederlandsche Bank kan de voorgenomen aanpassing van het Witteveenkader de economie een oppepper geven. Door de beperking van de fiscaal aftrekbare pensioenopbouw ontstaat namelijk ruimte voor een verlaging van de pensioenpremies. Indien de vrijgekomen ruimte ten goede komt van de werknemers leidt dit tot een impuls van de economie en – door de hogere belastingopbrengsten – tot een verbetering van het EMU-saldo. De beperking van het Witteveenkader, waarvoor onlangs het wetsvoorstel is ingediend, dient primair een bezuinigingsdoelstelling, maar het kan ook de bestedingen stimuleren. Er vallen namelijk voor circa € 9 miljard aan pensioenpremies vrij. Voor zover dit bedrag niet hoeft te worden gebruikt om de pensioenpremies op kostendekkend niveau te brengen, kan het volledig worden teruggesluisd naar de werknemers (uitgaande van de gedachte dat zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel van de pensioenpremies uitgesteld loon is). Hiermee zou een substantiële en permanente impuls aan de koopkracht van huishoudens worden gegeven. De vrijgekomen ruimte zou echter ook kunnen worden gebruikt om de pensioenregelingen te verbeteren, bijvoorbeeld door de indexatie-ambitie te verhogen. Welke optie wordt gekozen, is een zaak van de sociale partners. Niettemin roept het kabinet hen op om – voor zover de financiële opzet van het pensioenfonds dit toelaat – in te zetten op het verlagen van pensioenpremies. Volgens de DNV ligt hier inderdaad een mogelijkheid de binnenlandse economie aan te jagen zonder de begroting te belasten. Een doorrekening met DELFI – het macro-economische model van DNB – toont dit aan. Na een periode van vier jaar ligt het consumptievolume 2,3% hoger, en de economie als geheel 0,6%, indien de vrijvallende premies (na belasting) volledig ten goede komen aan de werknemers. Doordat alle pensioenpremies onderdeel van de loonruimte vormen, gaat een dergelijke loonsverhoging niet ten koste van de internationale concurrentiepositie. Dit is een groot voordeel, gezien het open karakter van de Nederlandse economie. Van belang is verder dat de maatregel meteen tot extra belastingopbrengsten voor de overheid leidt. Het EMU-saldo verbetert daarmee aanzienlijk; uiteindelijk zelfs met meer dan 1% van het BBP, mede door het groeiversterkende effect van de maatregel. De berekende effecten zullen lager uitpakken als de vrijvallende premies ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Bovendien is het denkbaar dat werknemers – vooral die met hoge inkomens – de beperking van de verplichte pensioenopbouw deels zullen compenseren met extra vrijwillige besparingen. Ook daardoor zouden de bestedingseffecten van de maatregel worden gematigd. Bron: DNB 14-05-2013
    Lees verder >
  • Op maandag 13 mei hebben het bedrijfsleven, onderwijsinstellingen, werknemersorganisaties, regionale overheid en het Rijk in NEMO Amsterdam het Techniekpact 2020 gesloten. Het Techniekpact moet de oplopende tekorten in de technieksector te lijf te gaan. Het doel is dat méér jongeren kiezen voor techniek, en dat méér werknemers gaan en blijven werken in de techniek.
    Op maandag 13 mei hebben het bedrijfsleven, onderwijsinstellingen, werknemersorganisaties, regionale overheid en het Rijk in NEMO Amsterdam het Techniekpact 2020 gesloten. Het Techniekpact moet de oplopende tekorten in de technieksector te lijf te gaan. Het doel is dat méér jongeren kiezen voor techniek, en dat méér werknemers gaan en blijven werken in de techniek. Vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en het onderwijsveld hebben 22 afspraken gemaakt. Zo komt er een investeringsfonds om techniek in het onderwijs te stimuleren; duizend beurzen per jaar voor techniekstudenten om ze te binden aan het bedrijfsleven; honderd miljoen euro om de technische kennis van docenten te vergroten en drie honderd miljoen euro voor bij- en omscholing van mensen met interesse in techniek. Met dit pact willen de ondertekenaars bereiken dat méér jongeren kiezen voor techniek, leren in de techniek en dat méér werknemers gaan en blijven werken in de technieksector. Daarmee behoudt Nederland haar positie in de wereldtop als het gaat om concurrentiekracht, innovatie en wetenschappelijk onderzoek. Terwijl de werkloosheid in Nederland oploopt ontstaat er in sommige sectoren echter een tekort aan tienduizenden technische arbeidsplaatsen. Tot 2020 zijn er jaarlijks 30.000 extra technici nodig. In dit pact staan 22 afspraken die de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector versterken en het tekort aan technisch personeel tegen te gaan. Enkele voorbeelden van die afspraken zijn: In 2020 bieden alle 7.000 basisscholen in Nederland structureel wetenschap en technologie aan. Er komt een investeringsfonds waar kabinet, werkgevers en regionale overheden ieder 100 miljoen euro in stoppen om meer te kunnen investeren in techniekonderwijs. Bedrijven doen dat door bijvoorbeeld personeel af te staan voor gastlessen, te investeren in opleidingen of door technische installaties, werkplaatsen, laboratoria of machines beschikbaar te stellen voor mbo-opleidingen. 50 procent van de leerlingen in het vmbo (oude mavo) kiest in 2015 voor een vakkenpakket met natuur- en scheikunde. Om dit te bereiken komen er in de diverse regio’s en provincies mavo’s gericht op techniek, de TechMavo. Het kabinet reserveert 300 miljoen euro in 2014 en 2015 (600 miljoen totaal) voor bij- en omscholing van mensen met interesse in techniek. Werkgevers en vakbonden gaan samen zij-instroom in techniek bevorderen. Ook wordt het voor werklozen makkelijker om zich met behoud van WW-uitkering om te scholen naar een baan in de techniek. Bedrijven uit de Topsectoren stellen jaarlijks 1.000 topbeurzen ter beschikking voor een betere instroom van techniektalenten. Het kabinet trekt eenmalig € 100 miljoen uit om meer bètadocenten in het voortgezet onderwijs te krijgen en de Pabo’s in staat te stellen meer aandacht aan techniek te geven. Techniek wordt vanaf 2014 een verplicht vak op de pabo. Bedrijven gaan voor iedere student met een technische opleiding in het mbo een stage – of leerwerkplaats aanbieden. Het georganiseerde bedrijfsleven gaat een digitaal loket – “techniek-onderwijs.nl”- opzetten. Via dit loket kunnen: basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs zich melden wanneer zij ondersteuning van het bedrijfsleven nodig hebben voor het geven van techniekonderwijs op locatie en in de klas; jongeren met een technische beroepsopleiding een stage of leerwerkplek vinden; scholen in het beroepsonderwijs een vakkracht of gastdocent uit het bedrijfsleven voor de klas vinden; scholen stageplaatsen vinden voor hun bètadocenten. Bron: Techniekpact.nl 13-05-2013
    Lees verder >
  • Blijkens een arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2013 dient de wet zo te worden uitgelegd dat een oproepkracht per oproep minimaal drie uur loon moet ontvangen, ook als hij meerdere malen op een dag wordt opgeroepen en daardoor in feite voor sommige uren dubbel wordt betaald.
    Blijkens een arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2013 dient de wet zo te worden uitgelegd dat een oproepkracht per oproep minimaal drie uur loon moet ontvangen, ook als hij meerdere malen op een dag wordt opgeroepen en daardoor in feite voor sommige uren dubbel wordt betaald. Met de invoering van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid moet een werkgever aan een werknemer met een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week waarvan het arbeidspatroon niet vastligt per oproep minimaal drie uur loon uitbetalen. In de zaak van een taxichauffeuse, die soms meerdere malen per dag werd opgeroepen, maar waarbij de werkgever haar alleen de tijden die zij daadwerkelijk werkte betaalde, had Hof Leeuwarden geoordeeld, dat bij een onderbreking van een oproep van drie uur of langer een nieuwe periode ingaat, waarbij bepalend is of de onderbreking de duur van een werkpauze of korter heeft. Als echter op één dag voor iedere rit, onafhankelijk van de tussen de ritten gelegen tijd, minimaal drie uur moet worden uitbetaald, vond het hof niet juist, omdat sommige delen van de dag dan dubbel zouden worden uitbetaald, wanneer een rit korter dan drie uur had geduurd. De Hoge komt echter tot een ander oordeel. Volgens de Hoge Raad brengt de strekking en letter van de wettekst (art. 7:628a BW) met zich mee dat een werknemer die voldoet aan de voorwaarden en die meerdere malen per dag wordt opgeroepen voor werk, over elke afzonderlijke periode van arbeid recht heeft op loon voor een periode van minimaal drie uur. Die uitleg strookt volgens de Hoge Raad met de bedoeling van de wetgever om de situatie na een werkonderbreking die niet bestaat in een reguliere werkpauze, aan te merken als een nieuwe periode van arbeid die aanspraak geeft op de door art. 7:628a BW gegarandeerde beloning (EK 1997-1998, 25 263, nr. 132b, p. 9). Dit wordt niet anders als hierdoor mogelijk bepaalde tijdvakken van de dag ‘dubbel’ wordt beloond. Niet alleen verzet de tekst van art. 7:628a BW zich niet tegen een zodanige ‘dubbele’ beloning, ook strookt dit met de beschermende strekking van die bepaling, omdat aldus wordt bevorderd dat de werkgever het werk zodanig inricht dat de werknemer niet meerdere malen per dag voor telkens een korte periode wordt opgeroepen, dan wel dat - indien dat resultaat niet wordt bereikt - de werknemer wordt gecompenseerd voor de daarmee gepaard gaande onzekerheid. Bovendien ligt in de gekozen systematiek van een forfaitaire vergoeding van drie uur voor periodes waarin minder dan drie uur is gewerkt, reeds besloten, dat de wetgever de gedachte heeft aanvaard dat in die situaties de werknemer meer loon ontvangt dan de (duur van de) arbeidsprestatie rechtvaardigt. Bron: HR 3-05-2013
    Lees verder >
  • De Belastingdienst gaat binnenkort ondernemers controleren op openstaande btw-schulden over vorige jaren. De fiscus zal hiertoe de btw-aangiften en de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting met elkaar vergelijken.
    De Belastingdienst gaat binnenkort ondernemers controleren op openstaande btw-schulden over vorige jaren. De fiscus zal hiertoe de btw-aangiften en de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting met elkaar vergelijken. Gebleken is dat btw-schulden regelmatig aan het licht komen bij het opstellen van de jaarrekening. De meeste ondernemers sturen binnen drie maanden na afloop van het jaar een aanvulling op hun btw-aangifte en betalen alsnog de openstaande schuld. Wil men een hoge boete voorkomen, dan is het zaak om nog vóór 1 juni 2013 de eerder ingestuurde aangiften te corrigeren. Dit kan via het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst internetsite of met het formulier Suppletie omzetbelasting. Heeft men over de afgelopen jaren nog recht op een teruggaaf btw, dan kan men dit aanvragen met hetzelfde formulier. Bron: Belastingdienst, 7-05-2013
    Lees verder >