Nieuwsarchief
Op deze pagina vindt u het archief met onze tips en adviezen. Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Onderweegs & De Groot Accountants en Belastingadviseurs.
 
  • De beleidsregels boeteoplegging Waadi zullen worden aangepast om te voorkomen dat een boete wordt opgelegd in de situatie van een zelfstandige die zich via zijn eigen bv uitleent aan een derde, maar wiens bv niet bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd als een onderneming die arbeidskrachten ter beschikking stelt. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet deze toezegging in een Kamerbrief.
    De beleidsregels boeteoplegging Waadi zullen worden aangepast om te voorkomen dat een boete wordt opgelegd in de situatie van een zelfstandige die zich via zijn eigen bv uitleent aan een derde, maar wiens bv niet bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd als een onderneming die arbeidskrachten ter beschikking stelt. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet deze toezegging in een Kamerbrief. In het kader van de bestrijding van malafide uitzendbureaus is op 1 juli 2012 de registratieplicht ingevoerd voor iedereen die arbeidskrachten ter beschikking stelt. Bij de invoering van de registratieplicht is aangesloten bij de definitie van uitlener in de Waadi, zodat de registratieplicht niet alleen geldt voor uitzendbureaus in strikte zin. Voor deze ruime definitie is gekozen om ontduiking van de registratieplicht via schijnconstructies te voorkomen. Een consequentie hiervan was dat een zelfstandige die zijn activiteiten in een bv heeft ondergebracht onder de registratieplicht kan vallen, als hij zichzelf via zijn bv aan derden uitleent. De bv moet dan geregistreerd staan wanneer hij zijn werkzaamheden onder leiding en toezicht van de inlener verricht. Omdat dit niet altijd duidelijk is en omdat de juridische kwalificatie afhankelijk is van feiten en omstandigheden, zal een zelfstandige het zekere voor het onzekere nemen en zijn bv laten registreren, ook als dit niet nodig is. Dit leidt tot onnodige administratieve lasten. Naar aanleiding van vragen tijdens het algemeen overleg met de Kamercommissie van Sociale Zaken en werkgelegenheid eerder dit jaar komt Asscher nu met een aanpassing van de de beleidsregels boeteoplegging Waadi. In de beleidsregels zal worden opgenomen dat in voorkomende situaties geen boete wordt opgelegd. Dit geldt zowel voor de uitlenende bv, als voor de inlener. De aangepaste beleidsregels zullen binnenkort in de Staatscourant worden gepubliceerd. Over twee jaar wil de minister onderzoeken of deze regeling tot misbruik heeft geleid. Als dat niet het geval is, overweegt de minister zo nodig een wettelijke uitzondering van de registratieplicht voor deze groep in de Waadi op te nemen. Overigens noemt Asscher in zijn brief aan de Kamer nog een situatie waarbij een zelfstandige tegen de registratieplicht van de Waadi kan aanlopen. Dit is het geval als een zelfstandige een collega-zelfstandige voor werkzaamheden bij een derde voordraagt en die werkzaamheden onder leiding en toezicht van die derde worden verricht. De minister heeft met de desbetreffende belangenorganisaties afgesproken dat er een gezamenlijke voorlichtingscampagne komt om zelfstandigen hierover te informeren. Bron: TK 2013-2014, 29 544, nr. 479
    Lees verder >
  • In de Staatscourant van 5 november is de definitieve versie gepubliceerd van de Subsidieregeling praktijkleren die per 1 januari 2014 de afdrachtvermindering onderwijs (WVA) vervangt. De afschaffing van de afdrachtvermindering onderwijs maakt onderdeel uit van het pakket aan maatregelen in het kader van het Belastingplan 2014.
    In de Staatscourant van 5 november is de definitieve versie gepubliceerd van de Subsidieregeling praktijkleren die per 1 januari 2014 de afdrachtvermindering onderwijs (WVA) vervangt. De afschaffing van de afdrachtvermindering onderwijs maakt onderdeel uit van het pakket aan maatregelen in het kader van het Belastingplan 2014. De subsidieregeling praktijkleren moet werkgevers stimuleren praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. De subsidie is een compensatie voor de kosten die een werkgever maakt voor begeleiding in de praktijk. De subsidieregeling wordt vooral gericht op de groep in een kwetsbare positie waar bijvoorbeeld jeugdwerkloosheid een groot probleem is. Andere groepen waar de regeling zich op richt zijn studenten die een opleiding volgen in sectoren waarin knelpunten in de personele voorziening worden verwacht en wetenschappelijk personeel dat onmisbaar is voor de kenniseconomie. Op basis van deze uitgangspunten komen werkgevers voor de begeleiding van de volgende groepen voor subsidie in aanmerking: leerlingen uit het mbo (bbl); studenten aan een technische hbo-opleiding, waarbij de werkcomponent onderdeel uitmaakt van de opleiding; vmbo-leerlingen die een leerwerktraject volgen; promovendi met tijdelijke aanstelling bij een universiteit of een instituut van de KNAW of NWO; werknemers van een privaatrechtelijke rechtspersoon die promotieonderzoek doen of een opleiding tot technologisch ontwerper volgen. Er is voor gekozen om aan alle werkgevers die voldoen aan de voorwaarden subsidie te verstrekken. Dit betekent dat na afloop van een studiejaar het totale beschikbare bedrag naar evenredigheid onder alle aanvragers wordt verdeeld. Het totale beschikbare budget voor de regeling is verdeeld over de vier sectoren vmbo, mbo, hbo, en de promovendi/toio’’s, waarbij het merendeel voor rekening komt van het mbo-bbl (ruim 92%, ca. € 188,9 miljoen). De subsidie per gerealiseerde leerwerkplaats is maximaal € 2.700 per jaar. Let op: het budget ligt vast dus het is ook mogelijk dat de subsidie lager uitvalt. Ieder studie jaar wordt na 15 september het budget verdeeld over het aantal gerealiseerde leerwerkplaatsen in het voorgaande studiejaar. Omdat de regeling per 1 januari in werking treedt, loopt het eerste studiejaar daardoor bij de eerste aanvraagronde van 1 januari tot en met 31 juli voor mbo/vmbo en van 1 januari tot en met 31 augustus voor hbo en promovendi/toio’s. Om het gebruik van de regeling te stimuleren wordt in dit eerste jaar zoveel mogelijk van het beschikbare bedrag aan subsidie verstrekt. Daarom is geregeld dat ook in dit eerste jaar tot ten hoogste € 2.700 per plek aan subsidie kan worden ontvangen. Feitelijk kan een werkgever daardoor in het eerste jaar in een kortere periode evenveel subsidie ontvangen als in de jaren daarna voor een volledig studiejaar. Omdat de werkgever tot 1 januari 2014 ook nog afdrachtvermindering onderwijs kan claimen op grond van de WVA, is het mogelijk dat de werkgever voor het studiejaar 2013/2014 meer middelen ontvangt dan onder de huidige AV-onderwijs. Let op! In tegenstelling tot de huidige (fiscale) afdrachtvermindering onderwijs, die men kan claimen tot vijf jaar na het kalenderjaar waarop de afdrachtvermindering betrekking heeft, geldt voor de nieuwe subsidieregeling praktijkleren een beperkte aanvraagtermijn. Die aanvraagtermijn sluit op 15 september, 17.00 uur na het studiejaar waarvoor men de subsidie aanvraagt. Een subsidieaanvraag dient men elektronisch in via www.agentschapnl.nl/praktijkleren. Bron: Min OCW 31-10-2013, Subsidieregeling praktijkleren (Stcrt 2013, 31130)
    Lees verder >
  • De Eerste Kamer heeft op 12 november 2013 ingestemd met de Wet op de Kamer van Koophandel. Die wet moet de bestaande versnippering in de publieke dienstverlening voor ondernemers tegengaan en bij die dienstverlening de behoeftes en wensen van ondernemers (waaronder zzp’ers) meer centraal te stellen.
    De Eerste Kamer heeft op 12 november 2013 ingestemd met de Wet op de Kamer van Koophandel. Die wet moet de bestaande versnippering in de publieke dienstverlening voor ondernemers tegengaan en bij die dienstverlening de behoeftes en wensen van ondernemers (waaronder zzp’ers) meer centraal te stellen. De Wet op de Kamer van Koophandel regelt dat de huidige twaalf Kamers van Koophandel, de vereniging Kamer van Koophandel Nederland en de stichting Syntens worden samengevoegd tot een organisatie met de status van een zelfstandig bestuursorgaan. Naast de bestaande wettelijke taken (registertaak, voorlichting en de regiotaak) krijgt de Kamer van Koophandel twee nieuwe taken: innovatiestimulering en het beheer van de ondernemerspleinen. Verder worden de bestaande wettelijke heffingen van inschrijfplichtigen afgeschaft. De financiering van de nieuwe Kamer van Koophandel zal voortaan deels ten laste komen van het ministerie van Economische Zaken. Een belangrijke doelstelling van de operatie is vergaande digitalisering van de dienstverlening. De dienstverlening zal plaatsvinden via ondernemerspleinen, waar ondernemers terecht kunnen voor (eerstelijns) informatie, ondersteuning en advies. Voor vragen over ondernemen en innoveren worden de ondernemerspleinen dé toegang tot de overheid. Op termijn zullen ook transacties met de overheid (subsidies, vergunningen) digitaal via de ondernemerspleinen worden ontsloten. De De bedoeling is dat er een heldere taakverdeling komt tussen wat de Kamer van Koophandel doet (eerstelijns activiteiten) en de markt (tweedelijns), zodat er geen ongewenste mededinging komt met de markt. De regionale taak van de Kamer van Koophandel zal vraaggestuurd vanuit ondernemersperspectief worden vormgegeven, waarbij de Kamer van Koophandel een faciliterende rol vervult. Het voeren van een (regionale) lobby past hier niet meer bij. Bron: Eerste Kamer 12-11-2013
    Lees verder >
  • De Eerste Kamer heeft op 12 november ingestemd met het wetsvoorstel Herziening Wet arbeid vreemdelingen (33 475). Dit wetsvoorstel scherpt de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) op een aantal punten aan.
    De Eerste Kamer heeft op 12 november ingestemd met het wetsvoorstel Herziening Wet arbeid vreemdelingen (33 475). Dit wetsvoorstel scherpt de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) op een aantal punten aan. Een wijziging betreft een aanscherping van de toets op prioriteitgenietend aanbod. Deze aanpassing hangt samen met de ambitie van het kabinet dat iedereen zo veel mogelijk naar vermogen participeert in de samenleving. Tewerkstellingsvergunningen worden voortaan nog maar voor een jaar toegekend. Bij verlenging van de werkzaamheden moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De wet verplicht werkgevers verder marktconform loon te betalen als zij een tewerkstellingsvergunning willen krijgen en minimaal het voltijds minimumloon, ook als de werknemer in deeltijd werkt. Ook kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd als de werkgever in het verleden veroordeeld is voor een arbeidsgerelateerd delict, zoals bijvoorbeeld de overtreding van de Arbo-wet. Als blijkt dat werkgevers in een sector te weinig naar Nederlandse werknemers of werknemers van binnen de EU zoeken dan kan de minister van SZW voor die sector een vergunningstop opleggen. Pas als de werknemer van buiten de EU vijf jaar in Nederland heeft gewerkt, mag hij zonder vergunning werken. Nu is dat na drie jaar het geval. Het kabinet onderkent dat kennis voor de Nederlandse economie cruciaal is om internationaal concurrerend te kunnen zijn. Het voorstel bevat daarom ook aanpassingen die de komst van kennismigranten moeten bevorderen. Bron: Eerste Kamer 12-11-2013
    Lees verder >
  • Door de tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling voor zwartspaarders is tot nu toe een bedrag van ruim een half miljard euro boven water gekomen. Dit jaar hebben ruim 1200 zwartspaarders hebben hun verzwegen vermogen opgebiecht bij de Belastingdienst, waarvan 500 na aankondiging van de versoepelde inkeerregeling. Volgens staatssecretaris Weekers van Financiën is de tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling daarmee succesvol.
    Door de tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling voor zwartspaarders is tot nu toe een bedrag van ruim een half miljard euro boven water gekomen. Dit jaar hebben ruim 1200 zwartspaarders hebben hun verzwegen vermogen opgebiecht bij de Belastingdienst, waarvan 500 na aankondiging van de versoepelde inkeerregeling. Volgens staatssecretaris Weekers van Financiën is de tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling daarmee succesvol. Op 2 september heeft staatssecretaris Weekers de inkeerregeling tijdelijk versoepeld. Wie zichzelf voor 1 juli 2014 vrijwillig meldt bij de fiscus, hoeft geen boete te betalen. Sinds 2009 hebben ruim 11.000 inkeerders zich gemeld bij de Belastingdienst met een totaal aan ingekeerd vermogen van bijna 4 miljard euro. Dit levert de schatkist een structurele opbrengst op van bijna 48 miljoen euro per jaar. De inkeerregeling is tijdelijk versoepeld omdat er een nieuw heffingssysteem komt voor de inkomstenbelasting. In dit nieuwe systeem krijgen goedwillenden eerder duidelijkheid van de fiscus. De regels voor kwaadwillenden worden echter strenger. Zij kunnen nog 12 jaar worden aangeslagen voor verzwegen inkomen en vermogen. In de aanloop naar dit nieuwe heffingsysteem krijgen zwartspaarders de kans om tijdelijk boeteloos schoon schip te maken. Vanaf 1 juli 2014 geldt de huidige inkeerregeling weer. De boete bedraagt dan 30% van de ontdoken belasting. Vanaf 1 juli 2015 wordt de inkeerregeling verder aangescherpt; de boete bedraagt dan 60% van de ontdoken belasting. Bron: MvF 8-11-2013
    Lees verder >
  • Houdt u er rekening mee dat per 1 januari de minimumlonen weer worden aangepast. Op 7 november zijn de nieuwe bedragen voor het wettelijk minimumloon per 1 januari 2014 in de Staatscourant gepubliceerd.
    Houdt u er rekening mee dat per 1 januari de minimumlonen weer worden aangepast. Op 7 november zijn de nieuwe bedragen voor het wettelijk minimumloon per 1 januari 2014 in de Staatscourant gepubliceerd. De bedragen van het wettelijk minimumloon worden met 0,53% verhoogd. Het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband bedraagt per 1 januari 2014: minimum maandloon: € 1.485,65 minimum weekloon: € 342,85 minimum dagloon: € 68,57 Het minimumjeugdloon is van deze bedragen afgeleid volgens een staffelingspercentage variërend van 85% voor een 22 jarige tot 30% voor een 15 jarige. De minimumjeugdlonen worden dus ook per 1 januari 2014 aangepast. Een landelijk wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector is afgesproken voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week. U vindt het voor uw bedrijf geldende uurloon door het minimumloon per week te delen door de normale arbeidsduur per week voor uw bedrijf. Bron: Min SZW 30-10-2013, 2013-0000134185 (Stcrt 2013, 31007)
    Lees verder >
  • Het resultaat en het eigen vermogen van vennootschappen kunnen, vanwege het waarborgen van de continuïteit van de onderneming, aanleiding vormen om een lager gebruikelijk loon dan de WAZ-norm in aanmerking te nemen bij een dga.
    Het resultaat en het eigen vermogen van vennootschappen kunnen, vanwege het waarborgen van de continuïteit van de onderneming, aanleiding vormen om een lager gebruikelijk loon dan de WAZ-norm in aanmerking te nemen bij een dga. Een belastingplichtige is directeur-grootaandeelhouder van een Beheer bv. De Beheer bv houdt alle aandelen in Vastgoed bv en Werk bv. De dga is directeur van beide dochtervennootschappen die verder geen andere werknemers in dienst hebben. In 2005 ontvangt de dga € 15.247 aan salaris van Beheer bv. Van de ander bv’s ontvangt hij geen salaris. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur dat de dga ten onrechte geen gebruikelijk loon van in totaal € 101.753 (€ 117.000 - € 15.247) voor de dienstbetrekkingen in de drie bv’s in aanmerking heeft genomen. De aanslag inkomstenbelasting 2005 is daarom tot een hoger bedrag vastgesteld dan de ingediende aangifte. De dga is het hier niet mee eens en tekent bezwaar en vervolgens beroep aan. Volgens Hof Arnhem is de inspecteur er terecht van uit gegaan dat het gebruikelijk loon (in 2005 € 39.000) in concernsituaties op grond van de wet per dienstbetrekking moet worden toegepast. De inspecteur heeft daarmee niet rechtens onjuist gehandeld. Het resultaat en het eigen vermogen van de vennootschappen kunnen, vanwege het waarborgen van de continuïteit van de onderneming, aanleiding vormen voor het in aanmerking nemen van een lager gebruikelijk loon dan de WAZ-norm. De dga heeft met jaarstukken aangetoond dat het eigen vermogen van Werk bv eind 2005 en 2006 negatief was en dat in beide jaren een verlies is geleden. Beheer bv had wel een positief vermogen en in 2005 een positief resultaat behaald van € 35.510. Van Vastgoed bv zijn geen stukken overgelegd maar deze bv heeft een winst van ongeveer € 100.000 behaald. Voor deze bv heeft de dga echter beperkte werkzaamheden verricht. Daarnaast neemt het hof nog mee dat de dga bedragen van zijn rekening-courant bij Beheer bv heeft opgenomen, maar dat het hier een creditstand betreft en dat de dga onmogelijk voor alle drie de bv’s een voltijdsdienstbetrekking kan hebben vervuld. Het in aanmerking nemen van een inkomen van drie keer het bedrag van de zogenoemde WAZ-norm voor het gebruikelijk loon strookt niet met de bedoeling van de wetgever. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat voor Werk bv geen gebruikelijk loon in aanmerking wordt genomen, voor Beheer bv het daadwerkelijk genoten loon van € 15.247 en voor Vastgoed bv een gebruikelijk loon conform de WAZ-norm van € 38.118. Het belastbare inkomen uit werk en woning dient te worden verminderd. Hof Arnhem-Leeuwarden 22-10-2013
    Lees verder >
  • In de derde nota van wijziging op het Belastingplan 2014 wordt de in het herfstakkoord afgesproken premiekorting voor jongere werklozen uitgewerkt. Voor de premiekorting wordt voor volgend jaar € 100 miljoen uitgetrokken en in 2015 € 200 miljoen.
    In de derde nota van wijziging op het Belastingplan 2014 wordt de in het herfstakkoord afgesproken premiekorting voor jongere werklozen uitgewerkt. Voor de premiekorting wordt voor volgend jaar € 100 miljoen uitgetrokken en in 2015 € 200 miljoen. De voorgestelde premiekorting wordt gericht op de groep jongeren die het verst van de arbeidsmarkt afstaat en is gericht op jongeren die een WW- of bijstandsuitkering ontvangen. Net als bij bestaande premiekortingen is de premiekorting voor jongere werklozen dus gericht op uitkeringsgerechtigden. De premiekorting zal gelden voor jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar. Dit sluit aan bij de afbakeningen die in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) voor jongeren worden gehanteerd. Onder de 18 bestaat leerplicht. De leeftijd van de jongere op het moment van indienstneming is bepalend voor het recht op premiekorting. Het betreft een tijdelijke regeling die gericht is op het creëren van nieuwe banen voor jongeren in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015. De werkgever ontvangt voor elke aanname en zolang als de betreffende jongere in dienst is twee jaar premiekorting (uiterlijk tot en met 31 december 2017) van maximaal € 3500 per jaar. Het moet dan wel gaan om banen van ten minste 32 uur per week en ten minste moet er sprake zijn van een halfjaarcontract. Alleen onder deze voorwaarden komt de werkgever in aanmerking komen voor de premiekorting. Daarnaast gelden voor de premiekorting een aantal administratieve verplichtingen. Allereerst dient de werkgever, net als bij de premiekorting ouderen, een doelgroepverklaring van het UWV of gemeenten te bewaren in de administratie. Tevens moet de werkgever een schriftelijke arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling in de loonadministratie bewaren. Ook moet de werkgever (of zijn softwareleverancier) zorgen voor aanpassing van de software om de nieuwe premiekorting jongeren in de loonaangifte toe te kunnen passen. De regeling kan niet eerder inwerking treden dan per 1 juli 2014 in verband met aanpassingen die in de loonaangifte moeten worden doorgevoerd door werkgevers en softwareleveranciers. De regeling zal echter terugwerken tot 1 januari 2014, zodat indiensttredingen vanaf die datum in aanmerking komen voor de premiekorting vanaf 1 juli 2014. Werkgevers kunnen de premiekorting toepassen twee jaar na ontstaan van het recht en zolang de dienstbetrekking duurt. Bron: TK 2013-2014, 33 752, nr. 17
    Lees verder >