Nieuwsarchief
Op deze pagina vindt u het archief met onze tips en adviezen. Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Onderweegs & De Groot Accountants en Belastingadviseurs.
 
  • In het zogenoemde Herfstakkoord zijn het kabinet, de coalitiepartijen VVD en PvdA en de oppositiepartijen D66, CU en SGP een reeks maatregelen overeengekomen voor de begroting van komend jaar. We noemen hier de belangrijkste (fiscale) maatregelen uit dit zogenoemde Herfstakkoord onder meer van belang voor ondernemers.
    In het zogenoemde Herfstakkoord zijn het kabinet, de coalitiepartijen VVD en PvdA en de oppositiepartijen D66, CU en SGP een reeks maatregelen overeengekomen voor de begroting van komend jaar. We noemen hier de belangrijkste (fiscale) maatregelen uit dit zogenoemde Herfstakkoord onder meer van belang voor ondernemers. De verlaging van de zelfstandigenaftrek wordt geheel teruggedraaid. Het box 2 tarief wordt in 2014 incidenteel verlaagd van 25% naar 22%. Dit levert op korte termijn kasopbrengsten op en leidt in latere jaren tot derving. Verlaging marge gebruikelijk loon: Het gebruikelijk loon mag volgens huidige wetgeving tot 30% afwijken van (lager zijn dan) het ‘marktloon’. Dit percentage wordt per 2015 zodanig aangepast dat deze maatregel 150 mln. oplevert. Het verlaagde btw-tarief voor bouw en renovatie geldt voor heel 2014, conform de huidige regeling inclusief architecten en hoveniers. De afbouw van de algemene heffingskorting 4e schijf wordt teruggedraaid. Dit zorgt voor een lastenverlichting van 480 mln. en een daling van de marginale druk. Verlaging werkgeverspremies: een deel van de lastenverlichting op arbeid wordt gegeven via bedrijven. Door werkgeverspremies te verlagen (awf/aof) wordt arbeid goedkoper gemaakt. Verlaging tarief eerste schijf: om op korte termijn de bestedingen te stimuleren, wordt het tarief eerste schijf in 2014 verlaagd. De geplande verlaging van de MRB vervalt. In de BPM worden vanaf 2015 de CO2-grenzen verder aangescherpt. Het tarief van de belasting op leidingwater wordt verhoogd. Tevens vervalt het maximumverbruik van 300m³ waarover wordt geheven in de leidingwaterbelasting. De heffing op afval storten wordt opnieuw ingevoerd. De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar wordt vanaf 1 januari 2015 voor nieuwe gevallen afgeschaft. Voor bestaande gevallen blijft de werkbonus op het huidige niveau. Vanaf 2018 is de werkbonus volledig afgeschaft. Dit levert structureel een besparing op van 210 mln. Bestrijding schijnconstructies. (14-10-2013) MvF 11-10-2013, Begrotingsafspraken 2014
    Lees verder >
  • UWV, de Inspectie SZW en SVB kunnen de komende vier jaar ruim 260 extra medewerkers inzetten om fraude aan te pakken. Het kabinet verwacht dat met de inzet van extra medewerkers dit vanaf 1 januari 2014 in totaal €189 miljoen oplevert. Behalve extra mankracht zal het kabinet ook maatregelen nemen om fraude met sociale voorzieningen beter aan te pakken.
    UWV, de Inspectie SZW en SVB kunnen de komende vier jaar ruim 260 extra medewerkers inzetten om fraude aan te pakken. Het kabinet verwacht dat met de inzet van extra medewerkers dit vanaf 1 januari 2014 in totaal €189 miljoen oplevert. Behalve extra mankracht zal het kabinet ook maatregelen nemen om fraude met sociale voorzieningen beter aan te pakken. UWV, de Inspectie SZW en SVB zullen intensiever samenwerken en de risicogroepen beter in kaart brengen. Daarnaast worden de regels voor het verkrijgen van een uitkering vereenvoudigd en beter uitgelegd aan uitkeringsgerechtigden. Dit moet bijdragen aan een vermindering van fraude. Ook zullen medewerkers van UWV en SVB worden getraind om fraude sneller te herkennen en te voorkomen. De bewindslieden zullen binnenkort in twee brieven aan de Kamer hun voorstellen voor de fraudeaanpak en de inzet van extra medewerkers bij UWV, SVB en Inspectie SZW uiteenzetten. Het UWV krijgt volgens de plannen versterking van 240 extra medewerkers, de Inspectie SZW krijgt ongeveer twintig extra medewerkers en de SVB twee. Een van de maatregelen bij het UWV is dat werkzoekenden tijdens de eerste drie maanden van hun werkloosheid tijdens bijeenkomsten persoonlijk worden voorgelicht over hun rechten en plichten. Uit een pilot is namelijk gebleken dat dit tot een snellere uitstroom leidt. Minister Asscher zal onderzoeken of de kosten van (her)inspecties door de Inspectie SZW kunnen worden verhaald op bedrijven. Daarnaast zal de Inspectie in 2014 extra capaciteit inzetten op de aanpak van grootschalige georganiseerde uitkeringsfraudes. Daarbij onderzoekt de Inspectie of de opbrengst hiervan voldoende is om de kosten te dekken. De SVB zal meer onderzoek gaan doen naar het vermogen van bijstandsgerechtigden in het buitenland. Bron: Min SZW 4-10-2013
    Lees verder >
  • Hof Den Bosch is in de zaak van een Duitse tandarts die de 30%-regeling wilde toepassen nader ingegaan op het begrip schaarste. Dat de tandarts beschikte over een specifieke deskundigheid stond niet ter discussie.
    Hof Den Bosch is in de zaak van een Duitse tandarts die de 30%-regeling wilde toepassen nader ingegaan op het begrip schaarste. Dat de tandarts beschikte over een specifieke deskundigheid stond niet ter discussie. De tandarts en zijn werkgever hadden in mei 2011 gezamenlijk een verzoek gedaan tot toepassing van de 30%-regeling met ingang van 1 mei 2011 die door de inspecteur is afgewezen. Na een bezwaar- en beroepsprocedure belandt de zaak uiteindelijk bij Hof Den Bosch waar het geschil zich toesptist op de vraag of in onderhavige geval sprake is van een ingekomen werknemer die specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is. Tussen partijen is niet in geschil dat de opleiding en de beloning van de tandarts van een zodanig niveau zijn en dat hij zodanige relevante ervaring heeft dat hij over specifieke deskundigheid beschikt zoals bedoeld in het Uitvoeringsbesluit LB. Wel is in geschil of de specifieke deskundigheid van de tandarts op de peildatum niet of schaars aanwezig is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Volgens de tandarts geeft de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunten voor de uitleg van het begrip schaars zoals genoemd in het Uitvoeringsbesluit LB (tekst 2011). Het begrip moet dan volgens hem grammaticaal worden uitgelegd. Volgens een grammaticale uitleg is sprake van schaarste indien iets niet veel voorhanden is. Schaarste brengt niet noodzakelijkerwijs een tekort met zich, maar ingeval sprake is van een tekort is wel altijd sprake van schaarste. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat op de peildatum tandartsen op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars zijn verwijst hij naar een rapport (Capaciteitsplan 2010) van de Stichting Capaciteitsorgaan voor Medische en Tandheelkundige Vervolgopleidingen, waaruit zou blijken dat er sprake is van een tekort (1%) ook als men rekening houdt met de instroom van buitenlandse tandartsen. Jaarlijks zouden circa 180 buitenlandse tandartsen moeten worden aangetrokken omdat de binnenlandse uitstroom van de opleidingen niet aan de vraag kan voldoen. De inspecteur stelt hiertegenover dat de 8.800 tandartsen in Nederland nog altijd patiënten aannemen en dat er misschien regionale tekorten zijn, maar dat dat komt doordat afgestudeerde tandartsen in de opleidingssteden op een kluitje blijven zitten. Ook stelt hij dat bij de beoordeling van het tekort ook de buitenlandse tandartsen moeten worden meegenomen. Wanneer jaarlijks tandartsen uit het buitenland op de Nederlandse arbeidsmarkt instromen, is de schaarste volgens de inspecteur immers op enig moment voorbij. Het hof onderschrijft de grammaticale uitleg van het begrip schaars. Dit gaat uit van een juiste rechtsopvatting. Ook heeft de tandarts voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van schaarste van tandartsen op de Nederlandse markt. Doorslaggevend voor het hof is dat jaarlijks een instroom van circa 180 buitenlandse tandartsen noodzakelijk is en dat volgens onderzoek ook na 2011 de instroom van een substantieel aantal buitenlandse tandartsen nodig is om te voorzien in de vraag naar tandartsen. De door de inpecteur genoemde omstandigheden doen aan dit oordeel niet af. Bron: Hof Den Bosch 20-09-2013
    Lees verder >
  • Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat een anesthesiemedewerker die in opdracht voor een ziekenhuis werkt onder de btw-vrijstelling voor medici valt. Er is geen sprake van het ter beschikking stellen van arbeid.
    Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat een anesthesiemedewerker die in opdracht voor een ziekenhuis werkt onder de btw-vrijstelling voor medici valt. Er is geen sprake van het ter beschikking stellen van arbeid. Een ondernemer drijft een eenmanszaak. Hij werkt onder meer voor kortere periodes in opdracht als anesthesiemedewerker voor ziekenhuizen en klinieken. De werkzaamheden bestaan uit verpleegkundige medische werkzaamheden in de functie van anesthesie verpleegkundige. De man heeft een opleiding tot verpleegkundige afgerond en staat geregistreerd in het BIG-register. Aanvullend heeft hij een HBO-opleiding anesthesie gevolgd. Voor zijn werkzaamheden heeft de man een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. In het derde kwartaal 2011 heeft de ondernemer aangifte btw gedaan en het verschuldigde bedrag betaald. De betaalde omzetbelasting heeft betrekking op zijn werkzaamheden als anesthesiemedewerker. Vervolgens heeft de ondernemer tegen het op aangifte voldane bedrag bezwaar aangetekend. De ondernemer is van mening dat hij onder de btw-vrijstelling voor medici valt, terwijl de inspecteur stelt dat er sprake is van het ter beschikking stellen van arbeid. Volgens Hof Den Bosch staat vast dat de feitelijk verrichte werkzaamheden door de anesthesiemedewerker, werkzaamheden zijn op het gebied van de gezondheidskundige verzorging van de mens. Ook voldoet de medewerker aan de gestelde beroepskwalificaties. Omdat de ondernemer zijn werkzaamheden verricht als zelfstandig ondernemer en geen personeel in dienst heeft, kan er volgens het hof geen sprake zijn van het uitlenen van personeel en ook niet van het ter beschikking stellen van arbeid. De ondernemer verleent dan ook een dienst bestaande uit het verrichten van anesthesiewerkzaamheden en deze dienst vormt een essentieel onderdeel van de behandeling van een patiënt gericht op diens genezing. Deze dienst is daarom aan te merken als gezondheidskundige verzorging van de mens. Het maakt daarbij niet uit dat de man door het ziekenhuis is gevrijwaard van aansprakelijkheid van schade van de opdrachtgever en van aanspraken/claims die derden jegens hem zouden instellen verband houdende met de uitvoering van de werkzaamheden. Ook is niet van belang dat de ondernemer handelt binnen de kaders die zijn vastgesteld door de anesthesioloog. De diensten van de anesthesiemedewerker vallen onder de vrijstelling voor medische diensten. Bron: Hof Den Bosch 04-10-2013
    Lees verder >
  • Het kabinet maakt €100 miljoen extra vrij voor kinderopvang. De kinderopvangtoeslag voor ouders met lagere midden- en hogere inkomens gaan vanaf 1 januari 2014 omhoog. De lagere inkomens werden eerder al ontzien. Eerder had de Tweede Kamer met de motie Van Ojik-Samsom aangegeven dat ze ouders tegemoet willen komen in de kosten voor kinderopvang.
    Het kabinet maakt €100 miljoen extra vrij voor kinderopvang. De kinderopvangtoeslag voor ouders met lagere midden- en hogere inkomens gaan vanaf 1 januari 2014 omhoog. De lagere inkomens werden eerder al ontzien. Eerder had de Tweede Kamer met de motie Van Ojik-Samsom aangegeven dat ze ouders tegemoet willen komen in de kosten voor kinderopvang. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil € 50 miljoen aanwenden voor het verhogen van de kinderopvangtoeslag voor ouders met een inkomen tussen rond € 47.000 en € 105.000. De kinderopvangtoeslag voor het eerste kind wordt daarbij verhoogd. De andere € 50 miljoen wordt gebruikt om ouders met een inkomen vanaf 105.000 euro weer recht op een vaste vergoeding van 18% van de kosten voor kinderopvang te geven voor hun eerste kind. Vooral voor de minst verdienende partner in deze gezinnen wordt het door deze maatregelen aantrekkelijker om een extra dag te gaan werken. In het regeerakkoord van het vorige kabinet was afgesproken dat ouders met de hoogste inkomens (vanaf ongeveer € 115.000) vanaf 1 januari 2013 geen kinderopvangtoeslag meer zouden ontvangen. Eerder werd al € 50 miljoen in de begroting van SZW gereserveerd om ouders met lagere inkomens tegemoet te komen. De door de overheid te verstrekken vergoeding per uur kan hierdoor weer aangepast worden aan de stijgende kosten in de kinderopvang. De aanpassing van de door de overheid te verstrekken vergoeding per uur komt vooral ten goede aan ouders met lagere inkomens, omdat het vooral voor hen nadelig is als zij over een deel van de betaalde uurprijs geen toeslag ontvangen. De minister zal bij de behandeling van het wetsvoorstel over de Kindregelingen in de Tweede Kamer bezien of er verzachtende maatregelen nodig zijn voor alleenstaande ouders met een minimumuitkering. Bron: Min SZW 4-10-2013
    Lees verder >
  • Volgens advocaat-generaal IJzerman is de Nederlandse wetgeving voor wat betreft de BOF in strijd met het internationaal verankerde gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod voor zover de vrijstellingen uitkomen boven de 75% van het verkregen ondernemingsvermogen. Omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt, is het percentage van de BOF-vrijstelling van 75% niet buiten proporties. Dit blijkt uit een gemeenschappelijke bijlage bij de conclusie die de A-G in een vijftal zaken heeft genomen.
    Volgens advocaat-generaal IJzerman is de Nederlandse wetgeving voor wat betreft de BOF in strijd met het internationaal verankerde gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod voor zover de vrijstellingen uitkomen boven de 75% van het verkregen ondernemingsvermogen. Omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt, is het percentage van de BOF-vrijstelling van 75% niet buiten proporties. Dit blijkt uit een gemeenschappelijke bijlage bij de conclusie die de A-G in een vijftal zaken heeft genomen. De A-G heeft in die bijlage aangegeven dat als men de BOF in een bepaald geval wil toetsen aan het internationale gebod tot gelijke wettelijke behandeling en het discriminatieverbod, het stelsel van de Successiewet als uitgangspunt moet worden genomen waarin in principe elke verkrijging krachtens erfrecht of schenking belast is. In dat opzicht zijn de belastingplichtigen in deze zaken gelijk aan gevallen van verkrijgers van ondernemingsvermogen. Er is dan sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Op zichzelf zou in de door de wetgever aangevoerde rechtvaardiging, het wegnemen of voorkomen van liquiditeitsproblemen bij vererving van ondernemingsvermogen, voor ongelijke behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging gelegen kunnen zijn. De A-G twijfelt echter aan de juistheid en zuiverheid van de in de BOF gegeven uitwerkingen, vooral in het kader van de voortdurende uitbreiding daarvan. In dit kader komt de wetgever een ‘wide margin of appreciation’ toe. Gezien die ruime beoordelingsvrijheid is de A-G van mening dat een vrijstelling van 75% nog niet ‘manifestly without reasonable foundation’ is. In het onderhavige jaar 2009 was wettelijk sprake van een BOF-vrijstelling van 75%, zodat in dit geval volgens de A-G nog geen sprake is van schending van enig verdragsrechtelijk of internationaal publiekrechtelijk gelijkheidsbeginsel door de Nederlandse wetgever. Dat betekent volgens de A-G dat rechtsherstel ten gunste van de verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen aldus dient plaats te vinden dat door de Hoge Raad aan hen (eveneens) vrijstelling wordt toegekend naar de mate waarin in het jaar van verkrijging de BOF voorziet in een hogere wettelijke vrijstelling dan 75%. Als in enig jaar de wettelijke vrijstelling 100% van het ondernemingsvermogen bedraagt, verkrijgt een verkrijger van niet-ondernemingsvermogen rechtsherstel door verlening van een vrijstelling van (100% - 75% =) 25%; uiteraard met inachtneming van alle overige in een bepaald jaar geldende wettelijke regelingen inzake de BOF. Indien in een bepaald jaar de wettelijke vrijstelling beperkt blijft tot maximaal 75% van het ondernemingsvermogen, acht de A-G dit geen verboden discriminatie en is er dus geen plaats voor rechtsherstel. (02-10-2013) Bron: Conclusie A-G IJzerman 30-09-2013
    Lees verder >
  • Financiën heeft het besluit gepubliceerd waarin de vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning tijdelijk wordt verruimd. Met dit besluit wordt vooruitgelopen op wetgeving die in Belastingplan 2014 is voorgesteld. De vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning kan vanaf 29 oktober 2012 worden toegepast op een schenking voor de aflossing van de restschuld van een voormalige eigen woning.
    Financiën heeft het besluit gepubliceerd waarin de vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning tijdelijk wordt verruimd. Met dit besluit wordt vooruitgelopen op wetgeving die in Belastingplan 2014 is voorgesteld. De vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning kan vanaf 29 oktober 2012 worden toegepast op een schenking voor de aflossing van de restschuld van een voormalige eigen woning. De vrijstelling wordt voor de periode van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013 verruimd. Voor deze periode wordt het bedrag van de vrijstelling verhoogd tot € 100.000 voor schenkingen voor de eigen woning en geldt niet de beperking dat het moet gaan om een schenking van een ouder aan een kind tussen 18 en 40 jaar. Onderdeel 2 van het besluit bevat een goedkeuring voor schenking voor aflossing restschuld vervreemde eigen woning. Hierbij gelden de volgende voorwaarden. De schenking is gedaan op of na 29 oktober 2012 en de schenking is gedaan onder de opschortende voorwaarde dat het kind met het gehele bedrag van de schenking zijn restschuld vervreemde eigen woning, of een deel van die restschuld, heeft afgelost. In onderdeel 3 is de goedkeuring voor verruiming van de vrijstelling schenkbelasting voor de eigen woning opgenomen. De goedkeuring geldt onder de volgende voorwaarden: De schenking betreft een schenking voor de eigen woning in de periode 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2013. In de aangifte schenkbelasting wordt een beroep op deze verruimde vrijstelling gedaan. De voorwaarden van artikel 5 van de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting zijn van overeenkomstige toepassing. Voor een schenking voor de aflossing van de restschuld vervreemde eigen woning geldt dat de schenking is gedaan onder de opschortende voorwaarde dat de begiftigde met het gehele bedrag van de schenking zijn restschuld vervreemde eigen woning, of een deel van die restschuld, heeft afgelost. Als de schenking is verkregen van de ouders, wordt het door de goedkeuring van schenkbelasting vrijgestelde bedrag verminderd met de bedragen waarvoor de verhoogde vrijstelling, bedoeld in artikel 33, aanhef en onderdelen 5° en 6°, van de Successiewet, op enig moment reeds door het kind is toegepast. Dit besluit treedt in werking met ingang van 3 oktober 2013. Onderdeel 2 werkt terug tot 29 oktober 2012. Onderdeel 3 werkt terug tot 1 oktober 2013. Het besluit vervalt op 1 januari 2014. De Rabobank, de SNS en Florius (dochter van ABN Amro) hebben aangegeven af te zien van boeterente mits gebruik wordt gemaakt van een schenking die valt onder de tijdelijk verruimde schenkingsvrijstelling. Bron: MvF 16-09-2013
    Lees verder >
  • Het lidmaatschap van een commerciële club – ondanks het gezelligheidskarakter van de club – kan door de werkgever onbelast worden vergoed. Hof Arnhem-Leeuwarden kwam tot het oordeel dat het lidmaatschap in het belang was van het concern en het concern hierdoor zakelijk voordeel genoot. Het persoonlijk voordeel voor de directeur was volgens het hof van ondergeschikt belang.
    Het lidmaatschap van een commerciële club – ondanks het gezelligheidskarakter van de club – kan door de werkgever onbelast worden vergoed. Hof Arnhem-Leeuwarden kwam tot het oordeel dat het lidmaatschap in het belang was van het concern en het concern hierdoor zakelijk voordeel genoot. Het persoonlijk voordeel voor de directeur was volgens het hof van ondergeschikt belang. Een concern met verschillende vennootschappen exploiteert hotels. De aandelen van de moedermaatschappij zijn in handen van de algemeen directeur die in dienst is bij deze vennootschap. De directeur is lid van een besloten commerciële club met een ballotagecommissie. Het lidmaatschap is op persoonlijke titel. Om als lid toegelaten te kunnen worden moet men werkzaam zijn op het directieniveau van een onderneming van behoorlijke omvang die actief is in de regio Noord-Nederland. De ballotage is gericht op het in stand houden van een goede balans tussen de diverse economische branches en de positie die een lid bekleedt binnen de organisatie waar een lid actief is. Als een lid niet meer voldoet aan de toelatingseisen, wordt hij of zij geacht zich uit te schrijven. Het lidmaatschapsgeld voor 2006 bedroeg € 541 en voor 2007 en 2008 € 595. De vennootschap heeft het lidmaatschapsgeld aan de directeur vergoed zonder daarover loonheffingen in te houden. De inspecteur vindt dat het zakelijke belang van het lidmaatschap van ondergeschikt belang is en dat de vergoeding daarom belast loon voor de loonheffingen vormt. De club heeft statutair als doel het bevorderen van de economische bedrijvigheid en ontwikkeling van Noord-Nederland. De club heeft zich onder meer beziggehouden met de eventuele komst van de zweeftrein in Noord-Nederland. De club heeft ook een uitwisseling met ondernemers uit Oldenburg georganiseerd. Tijdens die uitwisseling is de directeur gevraagd of hij daar een hotel zou willen bouwen. Een lid van de club wilde met de directeur prijsafspraken maken om werknemers onder te brengen in één van de hotels van het concern. Verder hebben leden van de club het hotel aan hun connecties aanbevolen, zodat het hotel hierdoor extra gasten welkom heeft kunnen heten. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden kan het lidmaatschap onbelast worden vergoed omdat sprake is van vergoedingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren. Volgens het hof is het zakelijke belang van het concern rechtstreeks is gediend met verwezenlijking van het statutaire doel van de club, het bevorderen van de economische bedrijvigheid en ontwikkeling van Noord-Nederland. Tevens acht het hof op grond van wat is komen vast te staan over de door de club ontplooide activiteiten aannemelijk dat de activiteiten feitelijk waren gericht op de verwezenlijking van het statutaire doel van de club. Ook heeft het hof de concrete zakelijke contacten in aanmerking genomen. Al met al is het naar het oordeel van het hof aannemelijk dat het lidmaatschap in het belang was van het concern en het concern zakelijk voordeel heeft opgeleverd. Daarbij doet niet ter zake dat de directeur op persoonlijke titel lid was. De toelatingseisen betroffen niet de persoon, maar diens functie in het bedrijfsleven en de ballotage was niet gericht op de persoon, maar op de branche. Dat deelname aan de activiteiten tevens heeft geleid tot bevrediging van de persoonlijke behoeften van de directeur, maakt het oordeel ook niet anders. Het hof neemt in aanmerking dat als dat al zo is, dit aspect ondergeschikt was aan het belang dat het concern had bij de deelname van de directeur aan de activiteiten. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 10-09-2013
    Lees verder >