Nieuwsarchief
Op deze pagina vindt u het archief met onze tips en adviezen. Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Onderweegs & De Groot Accountants en Belastingadviseurs.
 
  • Voorbelasting kan in aftrek worden gebracht als een ondernemer beschikt over een factuur die aan de vereisten voldoet. Vorig jaar had de Hoge Raad in een zaak geoordeeld dat een onvolkomenheid in de tenaamstelling van de factuur, de factuur nog niet automatisch ongeschikt maakt. Van belang is dat de leverancier traceerbaar is. Of dit het geval was mocht Hof Arnhem-Leeuwarden uitzoeken.
    Voorbelasting kan in aftrek worden gebracht als een ondernemer beschikt over een factuur die aan de vereisten voldoet. Vorig jaar had de Hoge Raad in een zaak geoordeeld dat een onvolkomenheid in de tenaamstelling van de factuur, de factuur nog niet automatisch ongeschikt maakt. Van belang is dat de leverancier traceerbaar is. Of dit het geval was mocht Hof Arnhem-Leeuwarden uitzoeken. De zaak betrof een handelaar in mobiele telefoons. De facturen van de leverancier van deze handelaar voerden de handelsnaam. In het register van de Kamer van Koophandel was echter geen onderneming met die naam opgenomen, wel een bv met dezelfde naam. De inspecteur weigerde de aftrek, omdat de facturen volgens hem niet voldeden aan de voorwaarden. Hof Den Bosch besliste in deze zaak dat de inspecteur de aftrek terecht had geweigerd. De handelaar is het hier niet mee eens en stapt naar de Hoge Raad. Deze oordeelde vorig jaar dat in beginsel op een factuur de volledige naam van de ondernemer en diens volledige adres moet worden vermeld (art. 35 lid 1, aanhef en b Wet OB 1968). Van belang hierbij is dat aan de hand van deze gegevens de ondernemer die de op de factuur vermelde prestatie heeft verricht, is te identificeren en te traceren. Aan de vereisten is daarom volgens de Hoge Raad ook voldaan indien de ondernemer aan de hand van de op de factuur vermelde naam en het op de factuur vermelde adres kan worden geïdentificeerd en getraceerd. Om dit te onderzoeken verwees de Hoge Raad de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof heeft nu beslist dat de onvolledig naam van de leverancier geen ruimte voor misverstand bood. Aan de hand van de overige gegevens op de factuur was de leverancier duidelijke te traceren. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat het op de factuur vermelde bankrekeningnummer, het inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel en het btw-identificatienummer op naam van de betreffende bv stonden en dat die leverancier bij de Belastingdienst is geregistreerd op het op de factuur vermelde adres. De handelaar had bij de Belastingdienst meerdere malen verzocht om verificatie van het btw-nummer. Volgens het hof mocht de handelaar ervan uitgaan dat de op de factuur vermelde naam de (handels)naam was van de presterende ondernemer. Steeds had de Belastingdienst het btw-nummer bevestigd en daarbij zelf de (onvolledige) naam als juiste naam behorend bij het geverifieerde btw-identificatienummer vermeld. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 1-07-2014
    Lees verder >
  • De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen heeft met de Belastingdienst afspraken gemaakt die flexibele leaseproducten mogelijk moeten maken en bijtellingperikelen voorkomt bij een tijdelijk vervangend leasevoertuig.
    De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen heeft met de Belastingdienst afspraken gemaakt die flexibele leaseproducten mogelijk moeten maken en bijtellingperikelen voorkomt bij een tijdelijk vervangend leasevoertuig. Volgens de branchevereniging is er in de markt vraag naar flexibele mobiliteit en mobiliteitsconcepten, maar maakte de wetgeving dit vaak onmogelijk door de bijtellingsproblematiek. De afspraken die nu met de fiscus zijn gemaakt betekenen volgens VNA een belangrijke doorbraak. Een van de afspraken is dat een zakelijke poolauto privé kan worden gebruikt door de werknemers, zolang de werkgever zich maar als verhuurder gedraagt. Dat doet hij door een marktconform tarief te berekenen en door een sluitende kilometerregistratie bij te laten houden. De tarieftabel in de regeling en de regeling zelf worden jaarlijks door de VNA en de Belastingdienst vastgesteld en geactualiseerd. Een andere afspraak betref het voorkomen van een extra bijtelling bij de tijdelijk vervangende leaseauto, bijvoorbeeld als de vervangende leaseauto duurder is of in een andere bijtellingscategorie valt. De regeling is geschreven met het oogmerk om de berijder het voertuig te laten gebruiken dat het best past bij zijn reis. Dat kan dus ook een conventionele auto zijn als de hoofdauto (semi)elektrisch is. Of een grotere auto als de hoofdauto een kleinere auto is. Bron: VNA, 25-07-2014
    Lees verder >
  • Hof Den Haag heeft in een recente uitspraak aangegeven dat algemene prijsdalingen op de woningmarkt niet maatgevend zijn bij de beoordeling van de waarde van een woning voor de toepassing van de Wet WOZ.
    Hof Den Haag heeft in een recente uitspraak aangegeven dat algemene prijsdalingen op de woningmarkt niet maatgevend zijn bij de beoordeling van de waarde van een woning voor de toepassing van de Wet WOZ. De zaak betreft een monumentenpand, een ambachtshuis uit 1600, waarvan de gemeente Bernisse de WOZ-waarde per 1 januari 2011 had vastgesteld op € 1.154.000. De eigenaar van het pand was het hier niet mee eens. Allereerst stelde hij dat de voorgenomen bouw van appartementen tegenover het ambachtshuis tot een aanzienlijk lagere waarde moest leiden. Naar zijn oordeel zou een waarde van € 750.000 reëler zijn. Rechtbank Rotterdam maakte hier korte metten mee. De eigenaar had naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat de bouwplannen zouden leiden tot de voorgestelde lagere waarde. Hierbij betrok de rechtbank ook dat de heffingsambtenaar van de gemeente in een taxatierapport van 2 januari 2013 tot een nog hogere waardering (€ 1.421.000) van de woning komt. De eigenaar van het pand gaat in hoger beroep bij Hof Den Haag waar hij ook nog aanvoert dat de WOZ-waarden in de afgelopen jaren binnen een bandbreedte van € 797.000 (2004) tot € 1.204.000 (2009) hebben gelegen en dat daarom, gelet ook op de huidige, dalende markt van onroerende zaken, de aanmerkelijk hogere getaxeerde waarde van de woning van € 1.421.000 onbegrijpelijk is. Voor het hof is dat echter geen reden om de vastgestelde waarde van € 1.154.000 te hoog te achten. In de eerste plaats bevindt die waarde zich binnen de genoemde bandbreedte. In de tweede plaats kan, aldus het hof, de waarde van de woning op waardepeildatum niet herleid worden uit de in eerdere taxatierondes naar eerdere waardepeildata vastgestelde waarden. Dit geldt ook indien sprake is van dalende woningprijzen. Algemene prijsdalingen op de woningmarkt zijn niet maatgevend bij de beoordeling van de waarde van de woning voor de toepassing van de Wet WOZ. Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning op waardepeildatum niet lager is dan € 1.154.000. Bron: Hof Den Haag 2-07-2014
    Lees verder >
  • Een belastingplichtige die een behandeling voor rugklachten in een Servisch kuuroord in aftrek wilde brengen vangt bot bij Hof Den Haag. Zonder een verwijzing door een (BIG-geregistreerde) arts kan er volgens het hof geen sprake zijn van aftrek.
    Een belastingplichtige die een behandeling voor rugklachten in een Servisch kuuroord in aftrek wilde brengen vangt bot bij Hof Den Haag. Zonder een verwijzing door een (BIG-geregistreerde) arts kan er volgens het hof geen sprake zijn van aftrek. De belastingplichtige was voor 2009 een aanslag IB opgelegd over een belastbaar inkomen van € 17.658. Bij zijn aangifte had hij een persoonsgebonden aftrek opgevoerd van € 5.000 die door de inspecteur is geweigerd. De aftrek had betrekking op uitgaven voor genees- en heelkundige hulp van € 7.188 (na aftrek van drempel van € 506) voor hem en zijn echtgenoten, waarvan hij een bedrag van € 5.000 aan zichzelf had toegerekend. De uitgaven zien op een behandeling voor hem en zijn echtgenote in een kuuroord in Servië, waar ook bepaalde therapeutische behandelingen worden gegeven. Een verwijzing van een arts heeft de man echter niet, wel beschikte hij over een brief van zijn huisarts uit 2012 waarin deze aangeeft dat hij de man in de jaren 2009,2010, 2011 en 2012 heeft verwezen naar het kuuroord. Ook beschikt hij over een verklaring van een arts uit het kuuroord dat hij daar in 2009 is behandeld. Omdat uit de brief van de huisarts niet kan worden opgemaakt welke medische behandeling diende plaats te vinden en of er een terugkoppeling is geweest tussen de huisarts en de arts van het kuuroord, oordeelt Rechtbank Den Haag dat de aftrek terecht is afgewezen. Ook in hoger beroep bij Hof Den Haag heeft de man geen succes. Het hof overweegt dat de behandelingen in het kuuroord in ieder geval plaats moeten vinden op voorschrift van een arts, waaronder naar het oordeel van het hof een arts naar Nederlandse begrippen, derhalve een BIG-geregistreerde medicus, moet worden verstaan. Volgens het hof heeft de man niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van behandelingen op voorschrift van een arts en onder rechtstreeks toezicht of rechtstreekse begeleiding van een arts of andere medisch geschoolde hulpverlener. Bovendien is het attest van de huisarts van later datum dan het bezoek aan het kuuroord. Ook is niet gebleken dat de activiteiten die hij in het kuuroord heeft ondergaan plaatsvonden onder omstandigheden waarin gezonde personen soortgelijke activiteiten niet plegen uit te oefenen. Bron: Hof Den Haag 15-07-2014
    Lees verder >
  • De ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur valt onder reikwijdte WBSO. Maar wat als nu een onderdeel van die werkzaamheden, het programmeerwerk zelf, wordt uitbesteed. Is dan nog de WBSO van toepassing? Worden bij het programmeren de technische knelpunten opgelost en nieuwe programmatuur ontwikkeld, of is dat in de fasen daarvoor en is programmeren niet meer dan het uitvoeren van een eerdere fasen ontwikkeld ontwerp. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven komt tot het oordeel dat bij ‘hedendaagse softwareontwikkeling’ het maken van het ontwerp en het gebruik ervan in de test- en acceptatiefase het meest wezenlijke en technische deel vormt.
    De ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur valt onder reikwijdte WBSO. Maar wat als nu een onderdeel van die werkzaamheden, het programmeerwerk zelf, wordt uitbesteed. Is dan nog de WBSO van toepassing? Worden bij het programmeren de technische knelpunten opgelost en nieuwe programmatuur ontwikkeld, of is dat in de fasen daarvoor en is programmeren niet meer dan het uitvoeren van een eerdere fasen ontwikkeld ontwerp. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven komt tot het oordeel dat bij ‘hedendaagse softwareontwikkeling’ het maken van het ontwerp en het gebruik ervan in de test- en acceptatiefase het meest wezenlijke en technische deel vormt. NS Groep en NS Reizigers hebben in 2011 en 2012 aanvragen voor het jaar 2012 voor de WBSO en RDA ingediend voor twee projecten. Beide projecten betreffen de ontwikkeling van programmatuur, waarbij het programmeerwerk zelf wordt uitbesteed. Het gehele voortraject, bestaande uit het ontwerp van het programma en alle relevante werkzaamheden die hiermee gepaard gaan, wordt door NS zelf verricht. Juist omdat het programmeerwerk wordt uitbesteed, zoals ook bij een controle blijkt, heeft de inspecteur de aanvragen in 2012 afgewezen. Tegenover het College van Beroep stelt het ministerie van Economische Zaken dat projecten in aanmerking komen voor de WBSO en RDA indien sprake is van technisch nieuwe programmatuur, waarbij laatstgenoemde zo dient te worden uitgelegd dat sprake dient te zijn van het oplossen van knelpunten bij het omzetten van het ontwerp van een systeem naar de feitelijke programmatuur. Door de uitbesteding van die omzetting aan derden, wordt volgens de minister niet voldaan aan deze voorwaarde. Naar het oordeel van het College wordt de maatstaf, zoals gehanteerd door Economische Zaken, echter te beperkt uitgelegd. Ook in de fase voorafgaand aan het daadwerkelijk programmeren (derhalve coderen) kan, zoals NS ook aangeeft, sprake zijn van het oplossen van technische knelpunten met betrekking tot de ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur. Een programmeur kan dan op basis van een gedetailleerd ontwerp een stuk software bouwen, zonder daarbij technische knelpunten op te lossen. Bij softwareontwikkeling heeft in de loop van de tijd een ontwikkeling plaatsgevonden van ‘ouderwets programmeren’ naar de ‘hedendaagse softwareontwikkeling’. Het maken van het ontwerp en het gebruik ervan in de test- en acceptatiefase vormt daarbij het meest wezenlijke en technische deel. Het College van Beroep concludeert dat de besluiten waarmee de aanvragen WBSO en RDA zijn afgewezen een deugdelijke motivering missen. De besluiten kunnen niet in stand blijven. De minister van Economische Zaken zal opnieuw op de bezwaren en aanvragen van belanghebbende moeten beslissen. Bron: CBb 10-07-2014
    Lees verder >
  • Vanaf 1 januari 2015 worden telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten altijd belast in het land waar de klant gevestigd is. Het maakt daarbij niet uit of de klant een particulier of ondernemer is. En ook niet of deze binnen of buiten de Europese Unie is gevestigd.
    Vanaf 1 januari 2015 worden telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten altijd belast in het land waar de klant gevestigd is. Het maakt daarbij niet uit of de klant een particulier of ondernemer is. En ook niet of deze binnen of buiten de Europese Unie is gevestigd. Een elektronische dienst is een dienst die over het internet wordt verleend en die volledig geautomatiseerd plaatsvindt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de levering van gedigitaliseerde producten zoals software, apps of e-books, muziek, films of spellen. Maar ook het hosten of toegang bieden tot websites, weblogs en dergelijke. De meest ingrijpende wijziging die zal plaatsvinden is dat ondernemers die elektronische diensten leveren aan particulieren/niet-ondernemers in andere lidstaten voortaan btw verschuldigd zijn in de lidstaat waar de particulier/niet-ondernemer woont. Om te voorkomen dat de dienstverrichter zich in alle landen moet registreren waar de consument woont, kan vanaf 1 januari 2015 gebruik worden gemaakt van een Mini One Stop Shop systeem (MOSS). Dit systeem houdt – kort gezegd – in dat EU-ondernemers voor deze diensten in hun eigen land een btw-aangifte indienen en de btw betalen. Om van dit systeem gebruik te kunnen maken, kunnen ondernemers zich vanaf 1 oktober 2014 aanmelden via hun eigen Belastingdienst. Bron: Belastingdienst 21-07-2014
    Lees verder >
  • Om in aanmerking te komen voor de afdrachtvermindering onderwijs dient men aan een aantal voorwaarden te voldoen. Eén daarvan is dat men moet beschikken over verklaring dat de opleiding erkend wordt en is opgenomen in het Credbo-register. Ontbreekt die verklaring maar wordt materieel wel aan de eisen voldaan, dan komt men toch niet voor afdrachtvermindering in aanmerking.
    Om in aanmerking te komen voor de afdrachtvermindering onderwijs dient men aan een aantal voorwaarden te voldoen. Eén daarvan is dat men moet beschikken over verklaring dat de opleiding erkend wordt en is opgenomen in het Credbo-register. Ontbreekt die verklaring maar wordt materieel wel aan de eisen voldaan, dan komt men toch niet voor afdrachtvermindering in aanmerking. Een bedrijf neemt de jaren 2009 en 2010 in het kader van een re-integratietraject werklozen uit de gemeente Rotterdam in dienst en leidt hen op tot startkwalificatieniveau. De werklozen krijgen een vooropleiding om het instroomniveau voor onder andere de opleiding tot zorghulp te kunnen volgen. In haar loonaangiften heeft het bedrijf voor die jaren de afdrachtvermindering onderwijs toegepast voor de in dienst genomen werknemers. Voor het jaar 2009 is de vermindering € 88.259 en voor het jaar 2010 € 122.762. Na aanleiding van een boekenonderzoek worden deze bedragen gecorrigeerd en worden boetes opgelegd omdat het bedrijf geen recht heeft op de afdrachtvermindering. Volgens Hof Den Haag staat vast dat het bedrijf in de jaren 2009 en 2010, in nauwe samenwerking met enerzijds de gemeente Rotterdam en anderzijds een aantal zorginstellingen, op bekwame wijze en volledig binnen de voor de van overheidswege geïnitieerde re-integratie vereiste kaders, ook die van de fiscale regelgeving ter stimulering van de re-integratie, (langdurig) werklozen opleidt, met een slagingspercentage van meer dan 90, en zo loodst naar een baan binnen de zorg. Een van de belangrijke zorginstellingen in het opleidingstraject heeft verklaard dat het bedrijf in het hele opleidingstraject een cruciale rol speelt, met dien verstande dat zij de gehele begeleiding naar de startkwalificatie verzorgt, welke begeleiding een onmisbaar onderdeel is van het traject. Het bedrijf levert een wezenlijke en onmisbare bijdrage waar het gaat om de re-integratie van (langdurig) werklozen. Het bedrijf voldoet dan ook volledig aan de materiële (opleidings)eisen die verbonden zijn aan de afdrachtvermindering onderwijs. Doordat het bedrijf niet over een verklaring van de opleidinginstelling beschikt, heeft zij niet voldaan aan de formele eisen die gelden voor afdrachtvermindering onderwijs. De boetes komen te vervallen omdat het hof vindt dat het bedrijf een pleitbaar standpunt heeft ingenomen. Bron: Hof Den Haag 11-07-2014
    Lees verder >
  • De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft laten weten dat alle notariskantoren per 1 juli zijn overgegaan op het Centraal Digitaal Repertorium (CDR). Doordat alle kantoren nu akten, repertoriumregels en aangiften overdrachtsbelasting digitaal kunnen versturen, hoeven er niet langer originele akten op papier naar de Belastingdienst te worden gestuurd.
    De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft laten weten dat alle notariskantoren per 1 juli zijn overgegaan op het Centraal Digitaal Repertorium (CDR). Doordat alle kantoren nu akten, repertoriumregels en aangiften overdrachtsbelasting digitaal kunnen versturen, hoeven er niet langer originele akten op papier naar de Belastingdienst te worden gestuurd. De KNB heeft de laatste jaren samen met de Belastingdienst en ICT-leveranciers hard gewerkt om dit digitale platform te realiseren. Tijdrovende klussen, zoals het printen van het ‘netrepertorium’ en het jaarlijks opgeven van akte-aantallen behoren hiermee tot het verleden. Ook zullen akten die ter registratie zijn aangeboden niet langer zoekraken of beschadigen. Bijzonder is dat veel notariskantoren tijdens het traject gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om mee te denken over de opzet en werkwijze van dit platform. De overgang naar het CDR startte eind oktober 2013. Doel was om halverwege 2014 het gehele notariaat op het digitale platform aangesloten te hebben. Deze doelstelling is ruimschoots gehaald. Door deze digitale registratie kunnen de gegevens uit de akten door de Belastingdienst gemakkelijker intern worden gebruikt, bijvoorbeeld voor de aangifte erfbelasting. Hierdoor kan de Belastingdienst het werk efficiënter gaan uitvoeren. Dat levert niet alleen voor de Belastingdienst een kostenbesparing op, maar ook voor het notariaat. Daardoor zullen ook de lasten voor de burgers lager gaan uitvallen. Bron: KNB 17-07-2014
    Lees verder >