Nieuwsarchief
Op deze pagina vindt u het archief met onze tips en adviezen. Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Onderweegs & De Groot Accountants en Belastingadviseurs.
 
  • Wie aangifte loonheffingen doet met aangifte- of administratie software, kan vanaf 1 juli 2013 deze aangifte niet meer met een pincode ondertekenen. Vanaf deze datum is een BAPI-certificaat van KPN of een alternatief nodig om aangifte loonheffingen te blijven doen.
    Wie aangifte loonheffingen doet met aangifte- of administratie software, kan vanaf 1 juli 2013 deze aangifte niet meer met een pincode ondertekenen. Vanaf deze datum is een BAPI-certificaat van KPN of een alternatief nodig om aangifte loonheffingen te blijven doen. Wie nog niet over een BAPI-certificaat van KPN of een alternatief beschikt dient, om ook na 1 juli 2013 aangifte loonheffingen te kunnen doen (in overleg met de softwareleverancier) een KPN BAPI-certificaat aan te schaffen (https://kpnbapi.managedpki.com). Een andere mogelijkheid is, dat de softwareleverancier een alternatief heeft voor het KPN BAPI-certificaat. Werkgevers die voor maximaal tien werknemers per loonheffingennummer aangifte doen, kunnen voor de aangifte ook gebruik maken van het aangifteprogramma van de Belastingdienst via het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst. In dat geval is ook geen KPN BAPI-certificaat nodig. Bron: Belastingdienst 16-04-2013
    Lees verder >
  • Op 15 april heeft staatssecretaris Weekers het voorstel voor de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt de in het regeerakkoord aangekondigde aanpassing (versobering) van het zogenoemde Witteveenkader.
    Op 15 april heeft staatssecretaris Weekers het voorstel voor de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt de in het regeerakkoord aangekondigde aanpassing (versobering) van het zogenoemde Witteveenkader. Volgens het wetsvoorstel zullen de fiscaal toegestane maximale jaarlijkse pensioenopbouwpercentages in de tweede pijler met ingang van 1 januari 2015 met 0,4% worden verlaagd voor pensioenaanspraken die op of na die datum worden opgebouwd. Dit betekent alleen een versobering voor de toekomst; voor zover pensioenaanspraken zijn opgebouwd vóór die datum worden zij gerespecteerd. Daarnaast zal met ingang van 1 januari 2015 de fiscaal gefaciliteerde opbouw worden afgetopt bij een pensioengevend loon van meer dan € 100.000. Deze aanpassing van het Witteveenkader wordt ook doorgetrokken naar de vrijwillige aanvullende opbouw van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler (individuele lijfrenteopbouw en fiscale oudedagsreserve (FOR)). In de begeleidende brief aan de Kamer verwijst staatssecretaris Weekers naar het op 11 april gesloten onderhandelingsakkoord tussen de sociale partners dat het kabinet ondersteunt. Daarin zijn ten aanzien van de pensioenopbouw maatregelen opgenomen die ook in het wetsvoorstel zijn opgenomen (verlaging opbouwpercentage per 2015 en aftopping). Het kabinet roept – ter ondersteuning van de koopkracht – sociale partners op pensioenpremies te verlagen, voor zover de financiële positie van het pensioenfonds dit toelaat. Afgesproken is dat sociale partners tot 1 juni 2013 de gelegenheid hebben een alternatief voor of een aanvulling op bovenstaande maatregelen te bedenken, met een maximaal budgettair beslag van structureel € 250 miljoen ten opzichte van het Regeerakkoord. Ten behoeve hiervan start de Stichting van de Arbeid een werkgroep waarin het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Financiën zullen participeren. Bron: MvF 15-04-2013
    Lees verder >
  • Financiële dienstverleners moeten vanaf 1 juli 2013, voor het verlenen van een financiële dienst, een dienstverleningsdocument (DVD) aan hun cliënt verstrekken. Dit document moet cliënten beter in staat stellen om financiële dienstverleners met elkaar te vergelijken voordat ze een keuze maken.
    Financiële dienstverleners moeten vanaf 1 juli 2013, voor het verlenen van een financiële dienst, een dienstverleningsdocument (DVD) aan hun cliënt verstrekken. Dit document moet cliënten beter in staat stellen om financiële dienstverleners met elkaar te vergelijken voordat ze een keuze maken. Het DVD moet worden verstrekt aan cliënten voor producten die sinds 1 januari 2013 onder het provisieverbod vallen. Onder dit verbod vallen hypothecaire kredieten, betalingsbeschermers, overlijdensrisicoverzekeringen, individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, uitvaartverzekeringen, dienstverlening onder het Nationaal Regime en complexe producten. Eenvoudige schadeverzekeringen vallen niet onder dit verbod. De verstrekking van een DVD is verplicht voor financiële ondernemingen (aanbieders, adviseurs, bemiddelaars en (onder)gevolmachtigde agenten) die rechtstreeks klantcontact hebben. Heeft een dienstverlener geen rechtstreeks klantcontact, of heeft dit klantcontact pas plaats nadat de consument het product al heeft afgesloten, dan hoeft men geen DVD te verstrekken. Het DVD is niet vormvrij. Dienstverleners kunnen de DVD samenstellen met behulp van de DVD-generator. Deze is vanaf 1 juni 2013 beschikbaar via het Digitaal loket op de website van de AFM. De op deze wijze samengestelde DVD voldoen aan de wettelijke vereisten. Bron: AFM 16-04-2013
    Lees verder >
  • De werkgevers- en werknemersorganisaties, verenigd in de Stichting van de Arbeid, en het kabinet hebben een sociaal akkoord bereikt. Het akkoord, dat door de Stichting van de Arbeid wordt aangeduid als 'akkoord voor de toekomst, bevat een lange reeks afspraken voor zowel de korte als lange termijn.
    De werkgevers- en werknemersorganisaties, verenigd in de Stichting van de Arbeid, en het kabinet hebben een sociaal akkoord bereikt. Het akkoord, dat door de Stichting van de Arbeid wordt aangeduid als 'akkoord voor de toekomst, bevat een lange reeks afspraken voor zowel de korte als lange termijn. Het akkoord is gericht op de arbeidsmarkt en herstel van de economie. Vakbonden, werkgevers en de overheid moeten ervoor zorgen dat de arbeidsmarkt goed functioneert. Mensen die werkloos worden, moeten zo snel mogelijk weer een baan krijgen en mensen met een beperking moeten een reële kans krijgen om aan het werk te komen. Diverse afspraken zijn gemaakt voor de korte termijn om de crisis te lijf te gaan. Zo kan er in sectoren besloten worden om ouderen gedeeltelijk met pensioen te laten gaan om ruimte te maken voor mensen die nu aan de kant staan, jongeren en 45-plussers. De Stichting van de Arbeid gaat per direct met het Actieteam Crisisbestrijding van start. Hierin gaan sociale partners met vertegenwoordigers van de VNG, diverse jongerenorganisaties, de ministeries OCW en SZW, VNG, UWV, Forum en de ambassadeur Jeugdwerkloosheid samen aan de slag om zo snel mogelijk uit de crisis te geraken zodat de werkloosheid een halt wordt toegeroepen. Er komen 35 werkbedrijven in Nederland van waaruit vakbonden, gemeenten en werkgevers ervoor gaan zorgen dat mensen aan het werk komen. De instroom in de Wajong en de WSW wordt beperkt en werkgevers zijn bereid om deze mensen op te nemen. Het aantal loopt op tot 10.000 per jaar in 2020. Deze werknemers vallen onder de nieuwe cao voor Werkbedrijven of gemeente cao. De voorgenomen verplichte quotering komt in de wet maar wordt pas ingevoerd als blijkt dat de inspanningen van ondernemingen niet slagen. Dat wordt bekeken in 2017. Het evenwicht tussen flexwerk en vast werk moet opnieuw worden gevonden omdat de flexibiliteit in een aantal gevallen is doorgeschoten. Er wordt een einde gemaakt aan de zogenaamde schijnconstructies waarbij werknemers met buitenlandse sociale lasten en belastingen goedkoop in Nederland kunnen werken. Het aantal tijdelijke contracten dat kan worden afgesloten, zal worden beperkt en er komt een verbod op nulurencontracten in de zorg. Er komt per 1 januari 2016 een eenvoudiger en eerlijker systeem voor de ontslagbescherming waarbij de preventieve toets blijft bestaan. Anders dan nu krijgen in de toekomst alle ontslagen werknemers een vergoeding. De hoogte daarvan komt in de wet te staan en wordt afhankelijk van het aantal gewerkte jaren. Er komt een maximum van € 75.000 en voor mensen die meer verdienen, wordt de vergoeding maximaal een jaarsalaris. Het geld dat ontslagen werknemers krijgen, moet ook gebruikt worden om zo snel mogelijk weer ander werk te vinden. De WW blijft in lengte en duur op peil maar wordt anders georganiseerd. Hier is een oplossing gevonden die past in de hierboven genoemde gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de arbeidsmarkt. De wettelijke regeling wordt gecombineerd met een regeling in de cao’s waardoor werknemers die hun baan kwijtraken er in aanspraken niet op achteruit gaan. Werknemers ontlenen straks een deel van de WW-aanspraken aan de wet en een deel aan de cao. Concreet: de wet geeft recht op twee jaar WW en in de cao wordt de rest aangevuld. Tot 1 januari 2016 verandert er niets. Het kabinet haalt het bezuinigingspakket van 2014 van tafel. Daarmee verdwijnt onder meer de nullijn. Er is ook gesproken over AOW en pensioenen. Er komt nu een stevige overbruggingsregeling die oploopt naar 200%WML voor een individu en 300% voor een gezinsinkomen. De sociale partners willen een alternatief ontwikkelen voor de door het kabinet voorgestelde inperking van het Witteveenkader in 2015. Daarbij gaan ze uit van het behoud van een voor ieder inkomensniveau gelijkwaardige pensioenopbouw van maximaal 2%. Het kabinet heeft hiervoor € 250 miljoen ter beschikking gesteld. Bron: Stichting van de Arbeid, 11-04-2013
    Lees verder >
  • Anderhalf jaar geleden oordeelde Rechtbank Arnhem dat het mogelijk was dat de kosten voor een VWO-opleiding in aftrek werden gebracht als studiekosten. De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat dit niet kan.
    Anderhalf jaar geleden oordeelde Rechtbank Arnhem dat het mogelijk was dat de kosten voor een VWO-opleiding in aftrek werden gebracht als studiekosten. De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat dit niet kan. Een studente, geboren in 1991, heeft in 2007 een VWO-opleiding gevolgd aan een particuliere school. Voor haar opleiding heeft zij een bedrag van € 16.675 aan schoolgeld betaald. In haar aangifte IB 2007 heeft zij een bedrag van € 15.000 (het maximum) in mindering gebracht op haar belastbare inkomen uit werk en woning. De inspecteur heeft deze aftrek niet toegestaan. Volgens de Hoge Raad moet voorop worden gesteld dat uitgaven voor het volgen van een algemeen vormende opleiding zoals het vwo in het algemeen in een te ver verwijderd verband staan tot een concrete vorm van inkomensverwerving om te kunnen worden aangemerkt als scholingsuitgaven in de zin de Wet IB 2001. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. De uitspraak van het hof en de stukken van het geding geven geen aanwijzingen dat zodanige bijzondere omstandigheden zich hebben voorgedaan. De betalingen kunnen niet worden aangemerkt als aftrekbare scholingsuitgaven. Bron: HR 08-03-2013; Hof Arnhem 15-05-2012; Rb. Arnhem 15-09-2011
    Lees verder >
  • De Belastingdienst spant een kort geding aan tegen een groep van 150 tot 200 vermeende zwartspaarders bij de KB-Luxbank. De Belastingdienst wil hen via een civiele procedure op straffe van een dwangsom dwingen om de nodige informatie over verborgen rekeningen aan de Belastingdienst te verstrekken.
    De Belastingdienst spant een kort geding aan tegen een groep van 150 tot 200 vermeende zwartspaarders bij de KB-Luxbank. De Belastingdienst wil hen via een civiele procedure op straffe van een dwangsom dwingen om de nodige informatie over verborgen rekeningen aan de Belastingdienst te verstrekken. De KB-Lux-zaak begon in 2000 toen de Belastingdienst via de Belgische fiscus de beschikking kregen over gegevens over Nederlandse belastingplichtigen met een bankrekening bij de Luxemburgse KB-Lux-bank. Vervolgens is de Belastingdienst het zogeheten Rekeningenproject gestart en zijn de personen die op de lijst staan aangeschreven. Volgens de fiscus hebben velen die waren aangeschreven meegewerkt en de gevraagde informatie verstrekt aan de Belastingdienst. Een kleine groep blijft echter weigeren openheid van zaken te geven over de aangehouden KB-Lux bankrekening. De eerste zittingen vinden plaats op maandag 8 april te Alkmaar, dinsdag 16 april, vrijdag 19 april en maandag 22 april te Amsterdam. Vervolgens zullen ook in andere delen van het land zittingen worden aangevraagd. Bron: MvF 8-04-2013
    Lees verder >
  • De opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) stijgt dit jaar met 3,86%. Dat is meer dan de macronorm van 2,76% die als bovengrens is afgesproken. Dit blijkt uit onderzoek van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Voor huishoudens zullen de lokale lasten echter gemiddeld met maar 1,9% stijgen, doordat de afvalstoffenheffing daalt en doordat de rioolheffing minder stijgt dan ooit eerder gemeten.
    De opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) stijgt dit jaar met 3,86%. Dat is meer dan de macronorm van 2,76% die als bovengrens is afgesproken. Dit blijkt uit onderzoek van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Voor huishoudens zullen de lokale lasten echter gemiddeld met maar 1,9% stijgen, doordat de afvalstoffenheffing daalt en doordat de rioolheffing minder stijgt dan ooit eerder gemeten. Uit de Atlas van de Lokale Lasten die COELO op 9 april heeft gepresenteerd blijkt dat de gemeentelijke woonlasten voor huiseigenaren net als in 2011 en 2012 minder stijgen dan de inflatie. Gemiddeld betalen meerpersoonshuishoudens dit jaar € 697 aan hun gemeente. De woonlastenstijging is veel lager dan men zou verwachten op basis van de stijging van de ozb, doordat de grootste heffing, de afvalstoffenheffing, niet stijgt maar daalt, en doordat de rioolheffing veel minder stijgt dan voorheen. De gemeentelijke afvalstoffenheffing bedraagt in 2013 gemiddeld € 264 (0,2% minder dan in 2012). De afvalstoffenheffing daalt hiermee voor het derde jaar op rij. De rioolheffing stijgt dit jaar gemiddeld met 2,8%. Dat is de kleinste stijging sinds de COELO-Atlas verschijnt. Het OZB-tarief wordt vastgesteld door de gemeent. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft met de rijksoverheid afgesproken dat de OZB-opbrengst van alle gemeenten samen niet meer dan 2,76% mag stijgen. De OZB-opbrengst stijgt echter harder dan deze macronorm: met 3,86%. Tezamen halen de gemeenten 38 miljoen meer binnen dan de norm toelaat. Door de overschrijding van de macronorm stijgt de totale belastingopbrengst in Nederland met slechts 0,016% meer dan de bedoeling was. COELO signaleert ook dat er meer toeristenbelasting wordt geheven; dit jaar heffen zes gemeenten meer deze heffing. Daarentegen is het aantal gemeente dat hondenbelasting heft met twee afgenomen. Bron: COELO, 9-04-2013
    Lees verder >
  • Als een bv al is ontbonden na een faillissement, is het niet meer mogelijk om namens de bv alsnog beroep aan te tekenen tegen een naheffingsaanslag.
    Als een bv al is ontbonden na een faillissement, is het niet meer mogelijk om namens de bv alsnog beroep aan te tekenen tegen een naheffingsaanslag. Een bv exploiteert een meubelverkoopbedrijf. De bestuurder van de bv is op 1 januari 2000 benoemd. Op 3 augustus 2005 is de bv in staat van faillissement verklaard en volgens het Handelsregister is de bv op 7 mei 2010 opgehouden te bestaan omdat er geen baten meer aanwezig zijn. Op 27 december 2004 heeft de inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting aan de bv opgelegd. Hiertegen heeft de bv bezwaar gemaakt. Op 23 november 2007 is de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd. Op 27 november 2009 heeft de bv (aanvullend) bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Nadat de rechtbank op het beroep van de bv tegen de niet-ontvankelijkheid de inspecteur heeft opgedragen om een nieuwe uitspraak te doen, heeft de inspecteur het bezwaar in januari 2012 alsnog afgewezen en de naheffingsaanslag gehandhaafd. De bestuurder van de bv heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze beslissing. Volgens de bestuurder is het beroep ontvankelijk omdat hij het beroep als enig bestuurder van de bv heeft ingediend. Daarbij is de bestuurder het niet eens met het feit dat de bv werd ontbonden. De inspecteur vindt echter dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de bestuurder niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Volgens de rechtbank blijkt uit de wet dat een rechtspersoon wordt ontbonden als zij failliet wordt verklaard. Bij vereffening houdt de rechtspersoon op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. Vaststaat de dat de bv failliet was en vanwege gebrek aan baten in mei 2010 is ontbonden. Faillissement en ontbinding van de bv wegens toestand van de boedel vindt plaats op grond van de wet en daarvoor is geen bestuurders- of aandeelhoudersbesluit nodig. Zodra een rechtspersoon ophoudt te bestaan, kunnen op diens naam niet langer rechtshandelingen, waaronder het instellen van beroep, worden verricht. Dit is alleen anders als de rechtbank op verzoek de vereffening heeft heropend. Daar niet is gebleken dat de vereffening is heropend, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Bron: Rb. Den Haag 15-02-2013
    Lees verder >