Nieuwsarchief
Op deze pagina vindt u het archief met onze tips en adviezen. Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met Onderweegs & De Groot Accountants en Belastingadviseurs.
 
  • Als een bv al is ontbonden na een faillissement, is het niet meer mogelijk om namens de bv alsnog beroep aan te tekenen tegen een naheffingsaanslag.
    Als een bv al is ontbonden na een faillissement, is het niet meer mogelijk om namens de bv alsnog beroep aan te tekenen tegen een naheffingsaanslag. Een bv exploiteert een meubelverkoopbedrijf. De bestuurder van de bv is op 1 januari 2000 benoemd. Op 3 augustus 2005 is de bv in staat van faillissement verklaard en volgens het Handelsregister is de bv op 7 mei 2010 opgehouden te bestaan omdat er geen baten meer aanwezig zijn. Op 27 december 2004 heeft de inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting aan de bv opgelegd. Hiertegen heeft de bv bezwaar gemaakt. Op 23 november 2007 is de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd. Op 27 november 2009 heeft de bv (aanvullend) bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Nadat de rechtbank op het beroep van de bv tegen de niet-ontvankelijkheid de inspecteur heeft opgedragen om een nieuwe uitspraak te doen, heeft de inspecteur het bezwaar in januari 2012 alsnog afgewezen en de naheffingsaanslag gehandhaafd. De bestuurder van de bv heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze beslissing. Volgens de bestuurder is het beroep ontvankelijk omdat hij het beroep als enig bestuurder van de bv heeft ingediend. Daarbij is de bestuurder het niet eens met het feit dat de bv werd ontbonden. De inspecteur vindt echter dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de bestuurder niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Volgens de rechtbank blijkt uit de wet dat een rechtspersoon wordt ontbonden als zij failliet wordt verklaard. Bij vereffening houdt de rechtspersoon op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. Vaststaat de dat de bv failliet was en vanwege gebrek aan baten in mei 2010 is ontbonden. Faillissement en ontbinding van de bv wegens toestand van de boedel vindt plaats op grond van de wet en daarvoor is geen bestuurders- of aandeelhoudersbesluit nodig. Zodra een rechtspersoon ophoudt te bestaan, kunnen op diens naam niet langer rechtshandelingen, waaronder het instellen van beroep, worden verricht. Dit is alleen anders als de rechtbank op verzoek de vereffening heeft heropend. Daar niet is gebleken dat de vereffening is heropend, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Bron: Rb. Den Haag 15-02-2013
    Lees verder >
  • Financiën heeft ter verduidelijking van het besluit inzake de tijdelijke verlaging van het btw-tarief op arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen een aantal vragen beantwoord.
    Financiën heeft ter verduidelijking van het besluit inzake de tijdelijke verlaging van het btw-tarief op arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen een aantal vragen beantwoord. Uit de vragen en antwoorden blijkt onder andere dat het verlaagde btw-tarief voor tuinonderhoud van toepassing is op arbeidskosten als een tuinarchitect, naast het maken van een ontwerp, ook de aanleg en het onderhoud van de tuin begeleid. Voor het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van omheiningen in tuinen bij woningen ouder dan twee jaar kan het lage tarief worden toegepast op arbeidskosten evenals voor de aanleg van sierbestrating in tuinen. Zo geldt voor arbeidskosten voor het aanbrengen van zonnepanelen zonder dat zij bouwkundig onderdeel gaan uitmaken van de woning het lage tarief niet. Als voorbeeld noemt men het leggen van zonnepanelen op een plat dak met als bevestiging een paar losse stenen. De arbeidskosten voor het aanbrengen van buitenzonwering vallen wel onder het lage tarief. Daarvan wordt aangenomen dat dit onderdeel gaat uitmaken van de woning. MvF 22-03-2013
    Lees verder >
  • Ouders krijgen meer tijd voor het aanvragen van kinderopvangtoeslag. Vanaf 1 januari 2012 kan kinderopvangtoeslag worden aangevraagd vanaf de maand waarin de ouder de aanvraag doet en één maand daarvoor. Die termijn wordt vanaf volgend jaar verruimd tot drie maanden voor de aanvraag. Ook zal de beperking van één maand met terugwerkende kracht voor 2012 en 2013 worden geschrapt. Ouders die in 2012 en 2013 de kinderopvangtoeslag niet op tijd hebben aangevraagd, waardoor zij minder geld ontvingen dan wanneer zij hun aanvraag eerder hadden ingediend, krijgen alsnog de mogelijkheid de toeslag voor die jaren aan te vragen.
    Ouders krijgen meer tijd voor het aanvragen van kinderopvangtoeslag. Vanaf 1 januari 2012 kan kinderopvangtoeslag worden aangevraagd vanaf de maand waarin de ouder de aanvraag doet en één maand daarvoor. Die termijn wordt vanaf volgend jaar verruimd tot drie maanden voor de aanvraag. Ook zal de beperking van één maand met terugwerkende kracht voor 2012 en 2013 worden geschrapt. Ouders die in 2012 en 2013 de kinderopvangtoeslag niet op tijd hebben aangevraagd, waardoor zij minder geld ontvingen dan wanneer zij hun aanvraag eerder hadden ingediend, krijgen alsnog de mogelijkheid de toeslag voor die jaren aan te vragen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat hij ouders in de toekomst meer tijd wil geven om de kinderopvangtoeslag aan te vragen. Vanaf 1 januari 2014 kunnen zij kinderopvangtoeslag aanvragen vanaf de maand waarin de ouder de aanvraag doet en drie maanden daarvoor. De kosten voor het uitstel van de maatregelen schat de minister op ongeveer 30 miljoen euro. Per 1 januari 2012 was de aanvraagtermijn voor kinderopvangtoeslag juist beperkt. De aanvraag was sinds die datum slechts mogelijk vanaf de maand waarin de ouder de aanvraag doet en één maand daarvoor. Het beperken van de aanvraag voor kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht was nodig omdat veel ouders grote bedragen terugvroegen over een lange periode en er te gemakkelijk gefraudeerd kon worden. In een brief aan de Kamer schrijft minister Asscher nu dat deze beperking ook effect heeft gehad voor mensen die te goeder trouw op een rechtmatige manier gebruik wilden maken van hun recht op de kinderopvangtoeslag. De minister is van mening dat de maatregel in deze vorm zijn doel voorbij is geschoten. Asscher zal daarom de beperking voor 2012 en 2013 schrappen. Ouders die eerder met terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag voor langer dan twee maanden geleden indienden, en waarvan de aanvraag is afgewezen, zullen door de Belastingdienst worden benaderd. Andere ouders kunnen alsnog een aanvraag indienen. De minister en de Belastingdienst zullen ouders zo goed mogelijk over de wijzigingen informeren. Bron: Min SZW 29-03-2013, nr. 2013-0000040020
    Lees verder >
  • De vergoeding voor de inrichting van een werkruimte bij een werknemer thuis, kan niet belastingvrij worden verstrekt als die werkruimte niet voldoet aan het zelfstandigheidcriterium.
    De vergoeding voor de inrichting van een werkruimte bij een werknemer thuis, kan niet belastingvrij worden verstrekt als die werkruimte niet voldoet aan het zelfstandigheidcriterium. Een bv verstrekt in 2008 aan drie van haar werknemers een vergoeding van € 1.815 voor de inrichting van een werkruimte thuis. Na een ingesteld boekenonderzoek krijgt de bv een naheffingsaanslag loonbelasting 2008. De aanslag heeft voor een groot deel betrekking op de aan de werknemers verstrekte vergoedingen. Volgens de inspecteur kan op basis van de wettelijke regels alleen een vergoeding voor de inrichting van een werkruimte thuis worden verstrekt als sprake is van een werkruimte met een eigen opgang. De zaak komt voor Rechtbank Den Haag. De bv is van mening dat de vergoedingen belastingvrij konden worden verstrekt omdat de criteria die gelden voor belastingvrije vergoeding van een werkruimte thuis niet gelden voor de inrichting van een dergelijke werkruimte. Volgens de rechtbank kunnen vergoedingen voor de kosten van de inrichting van een werkkamer in beginsel vrij worden vergoed met dien verstande dat in de Uitvoeringsregeling expliciet is opgenomen dat die vergoeding dan ten goede moet komen aan (de inrichting van) de werkruimte in de woning van de werknemer en dat die werkruimte naar verkeersopvatting een zelfstandig deel van de woning vormt (het zelfstandigheidcriterium). Vraag is of het zelfstandigheidcriterium ook geldt als alleen een vergoeding voor de inrichting van de werkkamer wordt verstrekt. Volgens de rechtbank is voor deze opvatting geen steun te vinden in de tekst van de bepaling in de Uitvoeringsregeling. Daar de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat de werkruimten aan het zelfstandigheidcriterium voldoen, kunnen de vergoedingen niet belastingvrij worden verstrekt. Bron: Rb. Den Haag 22-02-2013
    Lees verder >
  • Staatssecretaris Weekers van Financiën komt met een tegemoetkoming voor de ‘kleine commissaris’. Voorheen gold er een btw-plicht voor commissarissen met meer dan vier commissariaten. Met ingang van 1 januari 2013 is iedere commissaris ondernemer voor de btw. Omdat dit voor kleine commissarissen een aanzienlijke lastenverzwaring inhoudt, komt de staatssecretaris met een handreiking.
    Staatssecretaris Weekers van Financiën komt met een tegemoetkoming voor de ‘kleine commissaris’. Voorheen gold er een btw-plicht voor commissarissen met meer dan vier commissariaten. Met ingang van 1 januari 2013 is iedere commissaris ondernemer voor de btw. Omdat dit voor kleine commissarissen een aanzienlijke lastenverzwaring inhoudt, komt de staatssecretaris met een handreiking. Commissarissen met minder dan € 7.000 aan inkomsten uit commissariaten kunnen een verzoek doen bij de inspecteur voor ontheffing van de btw. Indien het verzoek voor de zomer wordt gedaan zal het met terugwerkende kracht van toepassing zijn tot 1 januari 2013. Tijdens de commissievergadering van de Tweede Kamercommissie voor Financiën deed de staatssecretaris deze toezegging. Een besluit van die strekking zal binnenkort worden gepubliceerd. Bron: Belastingzaken, 27-03-2013
    Lees verder >
  • In een reactie op een brief van het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) over de registratieplicht en de gevolgen voor zzp'ers, schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat bij het opnemen van de registratieplicht in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) bewust ervoor is gekozen om de doelgroep van de wet niet in te perken.
    In een reactie op een brief van het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) over de registratieplicht en de gevolgen voor zzp'ers, schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat bij het opnemen van de registratieplicht in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) bewust ervoor is gekozen om de doelgroep van de wet niet in te perken. Het PZO had in februari aan de Kamer geschreven dat de registratieplicht in de Waadi, zoals die nu geldt veel zzp'ers zou verplichten zich te registreren onder de Waadi. Het betreft dan vooral dga-zzp'er die via de eigen bv worden uitgeleend aan een opdrachtgever en sinds de wetswijziging onder de Waadi valt. Volgens het PZO worden deze dga geconfronteerd met een hoge administratieve lastendruk en dit wordt door de registratieplicht verhoogd wanneer zij zich en masse dienen te registreren. Ook is het te riskeren bedrag volgens het PZO zeer fors, zeker voor een zzp’er die geheel voor eigen rekening en risico opereert. Ook het proces van handhaving roept de nodige vragen op. PZO schreef dat een Reparatiewet op zijn plaats zou zijn. Minister Asscher schrijft in de Kamerbrief dat bij het opnemen van de registratieplicht in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) bewust ervoor is gekozen om de doelgroep van de wet niet in te perken. Alle bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen, zoals omschreven in de Waadi, moeten zich registreren, niet alleen de uitzendbureaus in strikte zin. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook detacheerders en payrollbedrijven onder de registratieplicht vallen. Bij de totstandkoming van de wet is overwogen om deze doelgroep in te perken. Hiervan is echter afgezien omdat juist malafide uitzendbureaus dit zouden kunnen gebruiken om door middel van schijnconstructies de registratieplicht te ontwijken. Consequentie hiervan is wel dat bijvoorbeeld dga’s die zichzelf via hun bv als arbeidskracht aan derden uitlenen, onder de registratieplicht kunnen vallen. Bron: Min SZW, 19-03-2013, nr. 2013-0000030982
    Lees verder >
  • Voorafgaand aan het overleg met de Kamercommissie van Financiën heeft staatssecretaris Weekers de notitie ‘Aan het werk met de werkkostenregeling’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin verkent hij maatregelen, zowel binnen als buiten de werkkostenregeling, die moeten leiden tot een betere regeling en een groter draagvlak. Over deze verkenning wil de staatssecretaris een open consultatie houden.
    Voorafgaand aan het overleg met de Kamercommissie van Financiën heeft staatssecretaris Weekers de notitie ‘Aan het werk met de werkkostenregeling’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin verkent hij maatregelen, zowel binnen als buiten de werkkostenregeling, die moeten leiden tot een betere regeling en een groter draagvlak. Over deze verkenning wil de staatssecretaris een open consultatie houden. Volgens de staatssecretaris blijkt uit de verkenning dat simpele oplossingen er niet zijn. Het blijft volgens hem in de loonbelasting een balanceren tussen enerzijds een rechtvaardige heffing en het waarborgen van de heffing naar draagkracht en anderzijds een eenvoudig en doelmatig heffingsstelsel. Weekers stelt dat verdere vereenvoudiging alleen kan worden bereikt door met een frisse blik en in lijn met de huidige maatschappelijke opvattingen te kijken naar leerstukken als het loonbegrip en tijdvakheffing en vertrouwde principes als draagkracht nieuwe invulling te geven. ‘Het draait steeds om de vraag wat tot het loon gerekend moet worden, en hoe uitzonderingen daarop vorm krijgen. ‘ In de verkenning wordt de problematiek van de complexiteit van vergoedingen en verstrekkingen in relatie tot de werkkostenregeling langs twee mogelijk oplossingsrichtingen benaderd. Ten eerste wordt gekeken naar een systematische aanpassing van het loonbegrip (het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium) en daarna wordt gekeken naar een oplossingsrichting waarbij in de praktijk ervaren knelpunten zoveel als mogelijk kunnen worden weggenomen. Beide sporen moeten bijdragen aan een verbetering van de werkkostenregeling en kunnen afzonderlijk van elkaar maar ook naast elkaar worden gevolgd. Het noodzakelijkheidscriterium gaat uit van de gedachte dat het verstrekken, vergoeden of ter beschikking stellen van zaken waarvan de werkgever het nodig en noodzakelijk vindt dat zijn werknemers die in hun werk gebruiken, geheel buiten het loonbegrip blijven. Daarmee wordt de huidige systematiek, waarbinnen alle vergoedingen en verstrekkingen in eerste instantie tot het loon worden gerekend terwijl vervolgens wordt bezien of daarover ook belasting verschuldigd is, deels verlaten. Met deze inperking van het loonbegrip wordt een nieuwe weg ingeslagen met als doel de aansluiting tussen het loonbegrip en de maatschappelijke opvattingen daarover te verbeteren. Volgens de staatssecretaris leidt dit tot een open norm die veel vrijheid geeft aan de werkgever, maar ook een grote verantwoordelijkheid bij hem neerlegt. De werkgever is in eerste instantie degene die bepaalt of een vergoeding of verstrekking noodzakelijk is. Het is aan de wetgever om hem dan een duidelijk kader te bieden. Nadeel van een open norm is dat het niet de zekerheid biedt die wel bestaat bij dichtgetimmerde en specifiek omschreven vrijstellingen. De introductie van het noodzakelijkheidscriterium maakt de werkkostenregeling beter uitvoerbaar, doordat veel vergoedingen en verstrekkingen buiten het loonbegrip gehouden worden en veel zaken niet meer in de loonadministratie hoeven te worden vastgelegd. Nadeel is dat het leidt tot een budgettaire derving. Bij een budgettair neutrale vormgeving zal dit dus leiden tot een kleinere vrije ruimte. Ook lost het niet alle (administratieve) knelpunten op. In de verkenning wordt aan deze knelpunten en mogelijke oplossingen ook aandacht besteed. De staatssecretaris wil over deze verkenning een open consultatie houden die duidelijk moet maken of het bedrijfsleven deze open norm wenst of toch de voorkeur geeft aan duidelijke regels. Bron: MvF 21-03-2013, DB/2013/241 M
    Lees verder >
  • De Nationale ombudsman heeft zijn jaarverslag 2012 onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit het verslag blijkt dat de ombudsman in 2012 ruim 15.000 klachten en bijna 29.000 telefoontjes van burgers, bedrijven en instellingen heeft ontvangen. De Belastingdienst is met een aandeel van 19% de instantie waarover het meest is geklaagd.
    De Nationale ombudsman heeft zijn jaarverslag 2012 onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit het verslag blijkt dat de ombudsman in 2012 ruim 15.000 klachten en bijna 29.000 telefoontjes van burgers, bedrijven en instellingen heeft ontvangen. De Belastingdienst is met een aandeel van 19% de instantie waarover het meest is geklaagd. Het aantal klachten over de Belastingdienst is in 2012 opgelopen tot 2.787. Dat is 23% meer dan vorig jaar. Voor het jaarverslag is gebruikgemaakt van resultaten naar aanleiding van een enquête onder bijna tweeduizend intermediairs, van belastingadviseurs tot medewerkers van het Juridisch Loket. Volgens 67% van de ondervraagde intermediairs is werk en inkomen de belangrijkste bron van problemen voor hun cliënten. 77% van de ondervraagden vindt dat de kwaliteit van dienstverlening bij de Belastingdienst is afgenomen. In zijn jaarbrief vraagt de ombudsman aandacht voor integriteit en ondernemers. Volgens de ombudsman moet elke schijn dat integriteit in het geding is worden voorkomen. Dit blijkt ook uit twee rapporten die in het afgelopen jaar door de ombudsman over dit onderwerp zijn uitgebracht. Omdat ook voor ondernemers moeilijke tijden zijn aangebroken, mag van de Belastingdienst worden verwacht dat hij geen onnodige acties onderneemt die verstorend kunnen werken en daarmee de onderneming in een ongunstiger positie brengt ten opzichte van zijn concurrenten. Ook hierover heeft de ombudsman een tweetal rapporten uitgebracht. Ten aanzien van de Toeslagen maakt de ombudsman zich zorgen over de verrekening. Door het toepassen van verrekening van lopende termijn van toeslagen met een toeslagschuld, komen burgers in de problemen. Vaak komt het bestaansminimum van burgers in het gedrang. De ombudsman vraagt de Belastingdienst dan ook om zich extra in te spannen op de volgende punten: respecteren van de beslagvrije voet, zorg dragen voor snelle besluitvorming voor betalingsregelingen, leveren van maatwerk en grote terughoudendheid bij gebruik van verrekenen. Bron: Jaarbrieven van de Nationale ombudsman 20-03-2013 De Ombudsman heeft middels jaarbrieven diverse instanties gewezen op de tegen hen ingebrachte klachten. Naast de jaarbrief aan de Belastingdienst zijn er jaarbrieven gegaan naar het UWV, Politie, IND, Huurcommissie, CVZ, CBR, Buitenlandse Zaken, RDW, Openbaar Ministerie, IGZ, Gemeenten, CJIB en het CAK. De jaarbrieven zijn na te lezen op de website van de Nationale ombudsman.
    Lees verder >